Translate

dinsdag 26 september 2023

Wat we wèl en níet zagen

We vonden het tijd voor een nazomers uitje. Ruim drie maanden geleden stond er een interessant, rijk geïllustreerd verhaal in  Spaanse krant La Verdad over rotskunst in de autonome regio Murcia. Dat las ik geïnteresseerd en stopte het daarna in de leeslijst van mijn browser, ter herlezing op een later moment. Rotskunst boeit mij. Ik ben geïnteresseerd in geschiedenis, andere culturen, kunst in vele verschijningsvormen. In 2006 zag ik de tot nu toe indrukwekkendste rotskunst in Kakadu National Park, Northern Territory (Australië). Het waren creatieve expressies van de eerste bewoners Down Under, de Aborigines. Die tekeningen dateren van ongeveer 30.000 jaar geleden. Je kon destijds als toerist vrij langs de rotsen wandelen, zonder gids of afrastering. (De foto in de kop van dit blog is een van die afbeeldingen.) 

De beroemdste site voor rotskunst in Spanje, Altamira, bevindt zich in de noordelijke provincie Cantabrië. De tekeningen in die grot (vooral bizons in rood en zwart) werden in 1985 door UNESCO tot Werelderfgoed verklaard. Maar buurregio Murcia heeft momenteel 150 gedocumenteerde rotskunstsites waarvan vele zich nog in de studiefase bevinden. In de afgelopen vijf jaar nam dat aantal met 25% toe. Door drones worden nu vaker grotten met rotstekeningen ontdekt dan door speleologen! Deze rotstekeningen stammen uit het Paleolithicum, de oude Steentijd. Deze geologische periode begon 2,5 miljoen jaar geleden en eindigde ongeveer 9.000 jaar voor onze jaartelling. Ze zijn te vinden in Cieza, Mula, Ricote, Abarán, Calasparra, Cartagena, Lorca, Caravaca de la Cruz, Totana, Yecla en Cehegín. 110 rotskuststations in Spanje zijn inmiddels opgenomen op de UNESCO-lijst van werelderfgoed of die van Spaans cultureel erfgoed. 

Dit jaar wordt gevierd dat UNESCO 25 jaar geleden de Meditterane Boog van het Iberisch Schiereiland op de lijst van werelderfgoed zette. Die denkbeeldige boog op de kaart bestaat uit een groot aantal voormalige schuilplaatsen van de vroege kolonisten in dit gebied. Het zijn artistieke expressies uit het Paleolithicum. Die bevinden zich vooral in grotten die destijds dienden als toevluchtsoord. Je vindt ze in de autonome regio’s Andalusië, Aragon, Castilla-La Mancha, Catalonië, de Valenciaanse gemeenschap en Murcia.  

Dit jubileum was de belangrijkste reden voor het uitgebreide artikel in de krant. Ik maakte een voorselectie van de sites die daarin werden beschreven en koos voor ‘Abrigos de los Grajas de Cieza’ en ‘Abrigos del Pozo de Calasparra’ als eerste te bezoeken sites. In de eerste grot zou sprake zijn van unieke afbeeldingen van dansende vrouwen (meestal zijn het jagende mannen en dieren), de tweede had een goed begaanbare houten wandelplank die de bezoeker langs de rotskunst voert. Dat is de enige grot in Spanje die toegankelijk is voor rolstoelgebruikers. 

Bewust sloeg ik de zomermaanden over voor een bezoek. Dan zou het te druk kunnen zijn maar zeker te warm. September was de uitverkoren maand. Via mail nam ik contact op met de betreffende gemeentes. Uit Cieza ontving ik de snelste en aardigste reactie, met de directe verwijzing naar een website waar ik online tickets kon reserveren. De grot in de buurt van Cieza is alleen in het weekend te bezoeken, met een gespecialiseerde gids en alleen op een vast tijdstip (10:00 uur in de ochtend). De keuze viel zo op Cueva de la Serreta. Mijn liefje stelde voor daarna te gaan lunchen in Cehegín. Dat stadje in dezelfde regio bezochten we drie jaar geleden tijdens een geanimeerde tapasroute. Het was er toen gezellig druk. Vooral restaurante El Sol sprong er destijds culinair uit. Daar reserveerden we dus ook.

We hadden er zin in, ondanks het feit dat de wekker erg vroeg afliep voor ons doen (6:45 uur). Sinds we zijn gepensioneerd, houden we niet van de wekker en van vroeg opstaan. Bovendien willen we alles op ons gemak doen, zonder gejakker of stress. Mijn liefje zocht uit dat het ongeveer anderhalf uur rijden was naar de grot. We reden weg van huis bij 19 graden Celsius, het dragen van een truitje was niet overdreven. De zonsopgang was die ochtend spectaculair, dat zag ik in mijn achteruitkijkspiegel. Deze keer reden we niet verkeerd (!), de bestemming bleek in een bekende omgeving te liggen. Daar had ik tijdens eerdere omzwervingen een keertje het bord van ‘arte rupestre’ (het Spaanse woord voor rotskunst) gefotografeerd. Even verderop aan het onverharde pad stond een stalen constructie in de vorm van een antropomorf -iets dat lijkt op een mens- dat symbool staat voor de kunst in de grot van Serreta. Die was nieuw voor ons.

In het hart van de karstkloof van Los Alamedes, een kalksteenformatie tussen Calasparra en Cieza, ligt de grot van La Serreta, op de linkeroever van de rivier Segura. Om de rotskunst te kunnen zien, dien je 120 meter af te dalen maar dat wist ik voor reservering nog niet. Deze grot werd in 1973 ontdekt door mensen van de afdeling Speleologie van de regio Murcia. Je hebt er niet alleen rotskunst, daar vond men ook de resten van een Romeinse woning die in de kloof werd gebouwd; het enige huis dat ooit zo werd gebouwd op Spaans grondgebied. De tekeningen in de grot stammen uit de periode van ongeveer 8.000-7.000 jaar geleden (Neolithicum). 

We kwamen ruim op tijd bij het ontmoetingscentrum aan, als eersten. Langzaamaan druppelden meer bezoekers binnen. We moesten ons melden bij een stenen huis met een kaart van het gebied en de bezienswaardigheden aan de wand maar de gids was er nog niet. Het bleek een alleraardigste Spanjaard te zijn die onze namen met een grote glimlach van de reserveringslijst schrapte. De toegang is €5 per persoon, met korting voor senioren en kinderen. Het was die dag een groep van 12 personen, plus de gids. 

Op de afgesproken tijd liepen we een paar honderd meters in de richting van de kloof waar je de Segura goed kon horen bulderen. Ik bleef bewust weg bij de rand. Daar stak de gids zijn verhaal af. Dat we voor een UNESCO-site stonden, je straks vanuit de kloof een beter beeld hebt op de rivier en meer interessants. Maar waar was die ingang dan? Die zag ik nergens... Ta-da! Hij trok een stalen klep open en daaronder zat een gat in de grond. Ter plaatse maakte hij een constructie voor afdaling in de grot. Het zag er niet heel solide uit maar duizenden bezoekers gingen ons voor dus vooruit! We kregen het advies rugzakken en cameratassen op onze buik te dragen want de doorgang was nogal smal aan het begin. Dat bleek de understatement van de dag. 

De gids liep voorop de trap af, wij volgden op enige afstand. Ik zei in mijn goedheid nog tegen mijn liefje dat ik wel vóór haar zou afdalen, als de meest stabiele van ons twee. (Ô ironie.) Mocht zij dan slippen op de trap, dan zou ik haar opvangen. De eerste steile en hoge traptreden waren van beton, daarna wachtte ons een stalen wenteltrap van minder dan 1mx1m doorsnee. Ik zag mijn voorgangers zich door de engte wurmen. 

Doordat ik voor mijn liefje liep en op afstand van de voorganger, kon ik onbelemmerd de diepte inkijken en daar ging het mis. Ik voelde mijn knieën knikken, mijn benen verslapten. Dat is mijn nemesis: angst voor dieptes (ook wel hoogtevrees genoemd). Ik kan geen diepte inkijken zonder onwel te worden. Daarom loop ik de Camino del Rey niet, kan ik niet dieper duiken dan 4 à 5 meter onder waterniveau, niet aan een raampje zitten in een vliegtuig, vind ik een berg afrijden zonder vangrail best eng (al doe ik het regelmatig). Ik kan ook nergens op een rand staan. Nou ja, de stoeprand gaat nog... 

Ik draaide mij om, keek omhoog naar mijn liefje en zei gedecideerd: dit ga ik niet doenDie zag aan mijn blik dat praten geen zin had, ze kon mij niet vermurwen tot een andere beslissing. Obstakels zijn er om te overwinnen maar deze niet. Zij kon de afdaling in haar eentje vervolgen, wat mij betreft. Maar dat weigerde ze, ze was solidair met mij.  Een van de medebezoekers, een Brit die achter ons aan kwam en de grot eerder bezocht, zei nog dat dit het ergste deel van de trap was, de rest was gemakkelijker begaanbaar. Maar ja, toen had ik al in die diepte gestaard. Ik liep de trap weer op en stapte op vaste bodem. Vervolgens liepen we terug naar het beginpunt, waar de auto stond geparkeerd. In stilte. Ik was diep teleurgesteld in muzelluf. Dat gevoel hield wel even aan. 

De lunch maakte veel goed. Niet alleen liefde gaat door de maag, lekker eten in goed gezelschap is tevens troostrijk. Een subtiele tapa van kabeljauw (lingote de bacalao) -een bekroond voorafje dat mijn liefje destijds het water in de mond liet lopen en nu weer-, heerlijke artisjokkenharten in Pedro Ximenez-saus, een mooi glas jonge, lokale rode wijn (uit Bégastri). Ik kikkerde ervan op. 

Die avond op de bank keken we naar een van onze favoriete Nederlandse tv-programma’s: Vroege vogels, met presentator Menno Bentveld. Mijn liefje zei tijdens die onderhoudende uitzending dat er nog zoveel moois bovengronds is te zien. Een lief bedoelde opmerking die het mislukte bezoek aan de grot helemaal goedmaakte.  

Maar de volgende keer gaan we naar Calasparra (waar de rijst al werd geoogst, zagen we onderweg). Daar waar de grot met rotstekeningen uit de Bronstijd zich bevindt. Waar een houten toegangspad tot de kloof leidt en een brede loopbrug je langs de kunst voert. Ik geef de rotskunst in Murcia (nog) niet op.


vrijdag 22 september 2023

I wish, I am, I will be

I wish, I am, I will be

De plotselinge dood van Erwin Olaf sloeg bij mij in als een bom. Hij wist dat hij niet erg oud zou worden maar net 64 jaar?! Deze wereldfotograaf van mijn generatie leed sinds 1996 aan erfelijke longfemfyseem, een progressieve ziekte die hem steeds meer ademnood bezorgde. Hij overleed enkele weken na een longtransplantatie in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het aanvankelijke herstel verliep voorspoedig maar woensdag traden er ernstige complicaties op. Reanimatie mocht niet baten.  

Hij is sterk verbonden met een belangrijke fase in mijn leven, die van jong volwassene. Hij was activist ten tijde van de AIDS-epidemie die over de wereld ging in de jaren '80 van de vorige eeuw. Hij was aanwezig op een COC-avond in 1981 toen arts Roel Coutinho een groep homomannen toesprak over de mysterieuze ‘homokanker die in Amerika was opgedoken. Erwin Olaf fotografeerde destijds voor vrijwilligersblad Sek. Enkele jaren later, nadat ik naar Amsterdam was verhuisd, ging ik als schrijvende vrijwilliger ook voor dat blad aan de slag. Zijn toenmalige (oudere) partner en eerste grote liefde Teun Frieszo las de folder die hij die avond mee naar huis bracht en schrok zich rot. Ze besloten voortaan voorzichtiger te zijn met seks. Later stelde Erwin Olaf dat hij daarmee door het oog van de naald was gekropen. 

Ik was fan van zijn foto's. Ook had ik een fotoboek van vrouwelijke tijdgenoten in de kast staan. Diana Blok & Marlo Broekmans maakten in die tijd vergelijkbare zwart-wit foto’s van (lesbische) vrouwen. ‘Invisible Forces’ (1984) kreeg ik voor mijn verjaardag kado van mijn beste vriendin Nelly. Waar Erwin Olaf zeer scherpe foto’s maakte, maakten Blok & Broekmans onscherpe. Juist geen perfecte plaatjes en geen perfecte lichamen maar wel stemmige beelden. Veelal naakte jonge vrouwen, alleen, samen, met elkaar verbonden door draden, zelf verbonden, in meditatie. Ook hier was sprake van hedonisme. Ze werden (alledrie) op handen gedragen door een deel van de Nederlandse LGBTI-gemeenschap. Ze waren een soort hoffotografen van de scene die ook jarenlang de mijne was. Erwin Olaf was daarnaast een luide stem in het debat over homorechten. 

De Volkskrant opende de krant van gisteren met zijn portret op de voorkant. Daar zie je een man in onderhemd met lichte ogen en een blik die weliswaar recht in de camera staart maar er toch ook overheen kijkt. (Het is de middelste foto uit zijn drieluik I wish-I am-I will be.) Hij zei ooit dat wat hij het liefst wilde laten zien als fotograaf, een perfecte wereld was met een barst erin. 

Erwin Olaf Springveld, geboren in Hilversum, werd in zijn jeugd veel gepest omdat hij nogal meisjesachtig was. Hij had lang last van dat getreiter, kende eenzaamheid in zijn jonge jaren. De foto in de kop van dit blog weerspiegelt dat. Eenzaamheid is een terugkerend thema in zijn werk. Hij begon zijn loopbaan op de School voor Journalistiek in Utrecht. Zijn docent fotografie zette hem aan voor de schoolkrant te fotograferen. Hij liep stage bij onderwijsfotograaf André Ruigrok en begon foto’s te maken in het Amsterdamse uitgaansleven. Vriend, mentor, choreograaf (èn fotograaf) Hans van Manen had grote invloed op hem. Van Manen zette hem op het spoor van de studiofotografie. Dat was toen vooral een stroming in de Amerikaanse fotografie. Erwin Olaf maakte deel uit van de artistieke avant-garde van Nederland en ontpopte zich tot een estheet in zijn fotografie: hij maakte perfect geënsceneerde beelden met de perfecte belichting. 

Hij was gefascineerd door de schoonheid van het menselijk lichaam. Uit zijn vroege jaren stammen de portretten van kinderen met down (hij noemde ze liefdevol ‘mongolen’). Hij portretteerde zijn modellen in een glamoureuze, soms  erotische setting maar afgedrukt met geschroeide negatiefranden. Daarmee wilde hij duidelijk maken dat het sydroom ontwapenende maar ook treurige kanten had (vooral voor ouders). 

Hij fotografeerde zichzelf met een klodder sperma in het gezicht, moddervette vrouwen in bondage, dwergen op spijkersandalen. Die foto's leverden hem de bijnaam Fotograaf van de Woede (ook wel Het boze oog) op. De sterk seksueel getinte foto’s hadden inderdaad iets agressiefs. Ze leunden zwaar op het werk van de beroemde Amerikaanse, jong gestorven fotograaf Robert Mapplethorpe (eveneens homo). Het waren kinky feestfoto’s. Ik herken zijn uitzinnige verkleedpartijen uit Amsterdamse disco’s van de jaren '80 (RoXY). Die jaren waren heftige jaren. Er was hiv, een grote kraakbeweging, opkomst van punks en punkmuziek, massale werkloosheid onder jongeren, demonstraties en protesten, bezuinigingen. Hadden we wel een toekomst? Ik denk dat we een uitlaatklep voor alle malaise zochten...  

In zijn reeks Squares tref je homoseksuele mannen en vrouwen in erotische settings. Zijn zelfportret met tijgerprinthandschoenen -met een niet te retoucheren erectie die tussen zijn leren jurkje uit piepte- is onvergetelijk. Ook de suggestieve foto van een blote blonde jongen (Joy, tevens titel van de foto) met een goddelijk lichaam en een spuitende fles champagne voor zijn buik is dat. Homo-erotiek in zijn puurste vorm. Er was in die tijd niemand die zulke foto’s maakte. Ze waren niet obsceen in mijn ogen. In 1989 won hij de Eerste Prijs voor Jonge Europese Fotografen met zijn serie Chess Men. Daarna volgden series met clowns, vermoorde royals en powervrouwen op leeftijd.

Niet alle kunstcritici waren gecharmeerd van zoveel uiterlijk vertoon, het streven naar enigszins kitscherige schoonheid, sterk verwant aan de modefotografie. Toen hem werd gevraagd of hij zich niet eens aan de straatfotografie moest wagen, met alle imperfectie die daarbij hoort, antwoordde hij: “Ik ben van de uiterlijke schoonheid (...). Als ik de gewone wereld wil zien, zet ik het raam wel open.” Aldus de necrologie in de Volkskrant. 

In de jaren '90 groeide hij uit tot een veelgevraagde fotograaf voor internationale tijdschriften en bekende kledingmerken. Niet lang daarna kwam zijn agressieve periode, met veel drank en drugs, ten einde. De hedonistische jaren waren voorgoed voorbij. 

In 2010 was hij te gast in het VPRO-programma Zomergasten. Daar leverde hij onder andere kritiek op de kroonprins. Die moest zich beter fysiek presenteren, vond hij (het ging vooral over zijn gebit.) Het kan raar lopen in een mensenleven. Later werd hij namelijk hoffotograaf van het koninklijk huis. Hij maakte staatsieportretten van koning Willem-Alexander en koningin Máxima. In 2013 ontwierp hij de afbeelding van W-A voor op de euromunt. Later fotografeerde hij het hele gezin en de afzonderlijke prinsessen op onconventionele wijze. Prachtige foto's, zelfs voor een republikein als ik. 

In 2011 ontving Erwin Olaf als eerste fotograaf de prestigieuze Johannes Vermeerprijs, een staatsonderscheiding. Ik las het juryrapport opnieuw. Daarin werd hij geprezen om zijn omvangrijke en unieke werk en om zijn vermogen telkens weer nieuwe wegen in te slaan. Vanaf zijn zestigste nam hij zich als fotograaf voor te gaan experimenteren met onscherpte. Hij vond dat hij dan alles mocht gaan doen. Helaas, zijn leven bleek te kort. 

ImWald Porträt XI
Erwin Olaf was lang gefrustreerd over het feit dat hij nooit een grote tentoonstelling kreeg in het Stedelijk Museum van Amsterdam, de tempel van moderne kunst in Nederland. Was zijn werk dan geen kunst? De conservator van het museum was geen fan van zijn vroege(re) werk, dat is duidelijk. 

Maar in 2018 liep Taco Dibbits bij hem binnen. Die was sinds 2016 hoofddirecteur van het Rijksmuseum in de hoofdstad. Dibbits hielp hem van die frustratie af: “Erwin, een tentoonstelling duurt drie maanden. Ik denk in 150 jaar.” Erwin Olaf schonk 500 werken aan dit museum. Een soort kerncollectie uit zijn 40-jarige loopbaan. 

Wel kreeg deze fotograaf in 2018 een grote overzichtstentoonstelling in het Kunstmuseum (voorheen Gemeentemuseum) en het belendende Fotomuseum van Den Haag. Weldra zou hij 60 jaar worden en dat zou groots worden gevierd in de Hofstad! Het werd een van de best bezochte exposities in de geschiedenis van het museum. En het versloeg het tot dan toe recordaantal bezoekers aan de expositie van collega-fotograaf Ed van der Elsken in het Stedelijk Museum (2017). In maart van dit jaar ontving Erwin Olaf de eremedaille voor kunst & wetenschap, de Huisorde van Oranje, uit handen van de koning. 

De man die ooit bang was de Rien Poortvliet van de Nederlandse fotografie te worden (populair bij iedereen maar zonder artistieke diepgang) is dood. He is no more. Met hem verliezen we een groot kunstenaar. Hij laat een rouwende Kevin Ray Edwards Springveld achter, een onvergetelijk oeuvre en een grote schare fans wereldwijd. 


zondag 17 september 2023

Spaans benauwd

Illustratie: Alex Sanchez
De grootste hitte is hier uit de lucht alhoewel het dagelijks nog betrekkelijk warm en luchtvochtig is. Eergisteren ontstond er 's avonds een onweer dat zijn weerga niet kende. De paarse flitsen hingen boven het huis. Ik vind het altijd een machtig gezicht maar ben dan blij een dak boven mijn hoofd te hebben. Het ging gepaard met een korte maar hevige stortregen. De grond had er behoefte aan en wij ook, het bracht verkoeling. We zijn blij dat deze zomer ten einde is. De straat en woonwijk zijn weer van ons. Joehoe! 

Een allleraardigste Spaanse buur -inmiddels terug op het basishonk Madrid- kwam persoonlijk afscheid van ons nemen op de dag dat van vertrek. Deze Jesús is 81 jaar. Opmerkelijk genoeg hebben we vooral fans in die leeftijdscategorie maar we zijn niet kieskeurig op dat punt. Hij had met ons, achterblijvers, te doen... Zouden we ons niet eenzaam gaan voelen zonder buren? Ter bemoediging vertelde hij dat Pepe, een andere aardige Spanjaard op leeftijd met wie we een goede relatie hebben, af en toe uit de provincie Murcia naar zijn vakantiehuis in onze straat zou komen. We hoefden dus niet te wanhopen. Ik vertelde hem maar niet dat wij blij zijn dat de invasie voorbij is. 

In de regionale Spaanse krant Las Provincias was te lezen dat sinds juni van dit jaar in heel Spanje ruim 11.000 mensen overleden vanwege extreme hitte. In juni waren het er 1.966, in juli 3.616 en in augustus 5.434. Augustus was niet alleen de dodelijkste maand, het was tevens de warmste maand sinds er records bestaan (sinds 1961). Er werden in die maand 13 dagen geteld met extreme hitte. Vorig jaar lagen de sterftecijfers overigens nóg hoger. Dat was het jaar waarin het gehele Iberische schiereiland leed onder voortdurende hittegolven. Dit jaar was de Atlantische kust een toevluchtsoord voor hittevluchtelingen, in tegenstelling tot vorig jaar. De app die deze gegevens bijhoudt, heet MACE en is ontwikkeld door medewerkers van de Universiteit van Valencia. Ze maken in hun app gebruik van statistieken uit MoMo (monitor van sterfte) en data van de Spaanse KNMI.

De weerdienst AEMET bereidt momenteel de eigen analyse van de zomer van 2023 voor; die kunnen we elk moment verwachten in de pers. Niet dat ik veel nieuws verwacht. Er is al gesteld dat augustus zeer warm was. De gemiddelde temperatuur was 24,8 graden Celsius, bijna twee graden warmer dan in voorgaande jaren. Als de gemiddelde temperatuur hoger is dan 26,9 ontstaat er een sterftepiek, zo zagen de wetenschappers van MACE. (Hoge nachttemperaturen verergeren dat. Slapen bij 24 graden Celsius en hoger is zo goed als onmogelijk.) 

Ik las over een 58-jarige landarbeider in Andalusië die uren aan het werk was bij 45 graden en zo een zonnesteek opliep. Sommige delen van Spanje waren een oven en dan is hittestress in een mensenlichaam snel bereikt. Ambulancepersoneel probeerde de man nog te reanimeren maar dat was tevergeefs. De provincie Zamora, ten noordwesten van Madrid had de meeste doden door hitte (587 per miljoen inwoners). Dood door aanhoudende hitte en hittegolven in Spanje trof dit jaar vooral personen ouder dan 79 jaar. De voortijdige sterfte onder vrouwen was hoger dan onder mannen. Pathologieën veroorzaakt door hitte zijn zeer ondergediagnosticeerd, bijvoorbeeld omdat ze worden verward met luchtweginfecties of aandoeningen die verband houden met infecties die al bij patiënten aanwezig waren. Aldus een internist die werd geïnterviewd.

Veel onverwachtser en schokkender was de plotselinge dood van het vriendinnetje van onze Yuda in Bali. Nog niet zo lang geleden ontvingen we een leuke selfie van die twee pubers samen. Dat was voor ons het signaal dat het deze keer wellicht wat serieuzer was van zijn kant. Yuda werd 16 jaar in augustus en heeft al jaren met regelmaat vriendinnetjes. Dat verbaast mij niets. Hij is een leuke knul om te zien en heeft bovendien een heel goed karakter. Hij is bepaald geen macho. Meestal krijgen we nieuws van het amoureuze front te horen van Tante Betje, een van de bijnamen van zijn jongere broer Damai die dan -min of meer geaccordeerd- uit de school klapt. Met naam en toenaam en zelfs af en toe een foto van de persoon in kwestie.

Deze keer stuurde de verliefde jongeling ons zelf een foto via Whatsapp. Ze zaten met hun tweeën gekke bekken te trekken voor de camera. Ik zag een leuk stel en een verbond. Zij zat niet in zijn klas maar wel op zijn middelbare school. Bali loopt qua tijd zes uur op ons vooruit dus toen hij ons belde om te praten, was het bij hem midden in de nacht. Hij kon niet slapen. My girlfriend is dead”... Daar zat hij in zijn slaapkamer tegen de muur, met piekhaar (niets voor hem), druk wrijvend in zijn ogen. Een verfomfaaide puber. Mijn hart draaide om in mijn lijf. We luisterden naar zijn relaas, met tranen in onze ogen.

Ze had al een tijdje last van zware hoofdpijn en was daarvoor al meermalen naar een arts bij de artsenpost en het lokale ziekenhuis gegaan. Kennelijk vond men niets dat de alarmbellen deed afgaan. Misschien was ze met een pijnstiller naar huis gestuurd maar zover rijkt mijn kennis niet. Persoonlijk heb ik geen hoge pet op van de plaatselijke gezondheidszorg. Zolang het om lichte klachten gaat, verloopt de zorg goed maar als het serieuze klachten zijn, moet je naar een (internationale) kliniek of een hospitaal in het zuiden. Dat is onze eigen ervaring.

Wat we wel zeker weten is dat er bij haar geen juiste diagnose werd gesteld. De doodsoorzaak zou hersenvliesontsteking kunnen zijn geweest of iets anders afschuwelijks dat als donderslag bij heldere hemel een einde maakte aan dit mooie, jonge leven. 

Yuda vertelde die nacht ook dat hij de volgende dag een toets had maar daarover moest hij zich maar geen zorgen maken, wat ons betreft. (Hij is een brave borst.) We raadden hem aan op school te vertellen dat hij was betrokken bij haar. Ik neem aan dat niet wordt bijgehouden wie met wie (om)gaat. Zeker niet op amoureus vlak. Dat lijkt mij onbegonnen werk in deze leeftijdscategorie. De school zal sowieso in rep & roer zijn geweest vanwegde de onverwachte dood van een leerlinge. De foto hierboven is de laatste van zichzelf die ze naar Yuda stuurde. Alsof ze daarmee zei vergeet mij niet”. Ze zal er altijd zijn ook al is ze er niet meer...

Op zo’n moment drukken de 13.000 kilometers die ons scheiden extra zwaar op onze schouders. Dan zouden we in de tijdmachine van professor Barabas willen stappen en onszelf teletransporteren naar het eiland van de Goden. Diezelfde goden die Yuda’s vriendinnetje ruw uit dit ondermaanse wegrukten. In de provincie Bali zijn de meeste bewoners hindoe, in tegenstelling tot de rest van de  Indonesische archipel. Yuda en zijn familie zijn dat en zijn vriendinnetje was dat eveneens. Dat betekent dat ze zal zijn gecremeerd op een geschikte dag, volgens de Balinese kalender. We hebben Yuda niet gevraagd of hij daarbij aanwezig was (dat ga ik ook niet doen). 

Hindoes geloven in reïncarnatie, de terugkeer naar het aardse van de ziel in een andere gedaante. In welke gedaante precies wordt bepaald door hoe goed je hebt geleefd volgens je religie. Crematie is voor hindoes een voorwaarde om op aarde te kunnen terugkeren. Deze ceremonie ('Ngaben' genoemd) is omgeven met zeer veel rituelen. Zo is het gebruikelijk dat de familie en andere naasten de lijkverbranding van dichtbij aanschouwen om zeker te weten dat het lichamelijke omhulsel van de geliefde overledene volledig in vlammen opgaat. 

Enkele jaren geleden maakte we dat in Lovina mee van dichtbij. Het was de crematie van een belangrijke lokale holy man. Wij kenden hem niet maar de rest van het dorp wel. De wit-geel beklede kist (bade) ín de vorm van een tempel, met foto van de overledene erop stond op een bamboeplateau dat op de schouders van stoere kerels werd gedragen. Aan beide zijden van de kist stond een in witte en gele stof omwikkelde jongeman, zwaaidend met een soort scepter. 

De kist werd meermalen omhoog getild, omlaag geduwd en rondgedraaid om zeker te weten dat de geest van de overledene dusdanig in de war raakte dat hij niet meer naar de aardse familie en naar huis kan terugkeren. De kist werd op de grond gezet, de overledene werd in zijn lijkwade op de vuurplaats gelegd die vervolgens werd overkapt. Toen het vuur werd aangestoken en de naaste familie zich om het lichaam heen schaarde, was het voor ons tijd om te gaan. Niet omdat ik het Spaans benauwd kreeg en wilde vluchten maar omdat ik destijds een date had met twee springlevende Balinese jochies. 

In tegenstelling tot andere doodsceremonies kent Ngaben een nogal vrolijke manier van doen omdat de Balinese familieleden met het volgen van deze ceremonie menen aan hun plicht jegens de overledene te hebben voldaan. Je zult nauwelijks tranen of andere vormen van verdriet zien omdat men gelooft dat dit de geest zal belemmeren zijn of haar volgende leven te bereiken. Zij gaan zó anders om met de dood dan wij, Westerlingen. Ik weet niet wat beter is... Gemis is gemis!

Yuda voelde zich “devastated”. We hielden de dagen na dat trieste bericht de vinger aan de pols. We konden afgelopen week aan zijn teksten aflezen dat hij (psychische) hulp krijgt van een volwassene, waarschijnlijk iemand op school; dat is een fijne gedachte. Dan hoeft hij dat verdriet niet in zijn eentje te dragen. Elon Musk mag dan geen waarde hechten aan empathie, wij doen dat wel! Iedereen heeft op enig moment in het leven wel iemand nodig die het juiste zegt op het juiste moment. 

Het gaat intussen beter met hem, naar eigen zeggen. Hij krijgt  veel steun van zijn klasgenoten en die omarmt hij. Ook dat is een goed teken.


dinsdag 12 september 2023

Day of Days

Vandaag is het de verjaardag van mijn liefje. Joehoe! Deze dag maak ik zelf al 34 jaar mee. Hoeveel het er in totaal zijn, laten we vandaag  in het midden. We vieren het vanavond op eigen terras in gezelschap van 13 vrienden, niet uitsluitend Nederlanders. Als jarige vindt zij dit getal een geluksgetal, ze is immers niet bijgelovig.

Maar naast jarig liefje is zij veel meer: levensmaatje, rots in de branding, stijfkop, mede-wereldreizigster (wereldwijf), tuinkabouter, bemoeial, CFO van de familie, atheïste, kilometervreter-op-skechers, criticaster, news junkie, eter van muizenhapjes, controlfreak, vleesbeest, André & Janny-lover (sowieso seniorenvoyeur), brokkenpiloot, oma-met-de-witte-huid, slaapkop, publieke omroepkijker, cookiemonster, wasvrouw, valszangeres, zuipschuit, goede manager (zolang dat maar niet thuis gebeurt).

Deze opsomming is niet uitputtend. Kortom: een veelzijdige vrouw, met wie het -doorgaans- fijn samenleven is.

¡Feliz cumpleaños, cariño!

 

Slip Your Mind 

I wanna be the thought that slips your mind
the thought that makes you come
to your senses

But I’m shy
so I’ll never tell you that
Instead I’ll say something like
“wanna hold hands sometime?
wanna come over to my house and watch tv?”
And I don’t have a tv
So you’d be left flipping the channels of me 
my breath on your neck like perfect reception
I’d tell you things like how I know
all your lies and deceptions have just been commercials
before the real show
And I’m a moody star
I’m a moody star
 

But if you said glow 
I’d cut my soul into a million little pieces just to form constellations to light your way home
I’d hire little tiny gnomes 
to play the parts of dick Cheney and George Bush
so you could squish 'em between your toes and feed 'em to your cat
I’d love you like that
All political and shit
 

Like the distance between my body and yours 
is the same distance that stretches from shore to shore 
from right to left 
from rich to poor
and we could fuck our way to one brilliant communist union

And I know fuck is a bad word
but it sounds so good
Good like flipping off the preacher whenever he forgets that Eve was Adam’s  teacher
‘Cause apples are fucking healthy, you patriarchial piece of shit

Now
Back to you
Your eyes are so 
well
I can’t remember if they are brown or blue
But you’re a really great dresser
I am too, but you are better
And I’m not looking for forever
I’m just looking for that one moment 
when your collar bone phones my mother at home and thanks her for giving birth to my breath
When the tides of your chest rise and fall on my shore
And I swear I can hear the sound of every name I was ever given and every life I lived before
Singing arias from the vocal chords of your pores
 

And I’m more than sure
that you’re all wrong for me
but all right would mean we have a lot in common
and I’m not attracted to common things
I prefer we sing our tears
so we can save the water to drown our fears

And there's something like an ocean
in the motion of your fingertips
when they sweep your hair from your eyes
and you stare into mine
like you know I’m not an angel
But I used to be
 

So I was thinking
maybe you’d wanna hold hands sometime
maybe you’d wanna come over to my house
and watch tv
 

Andrea Gibson (1975)

In 2008 was de Amerikaanse Gibson de eerste winnares van de Women of the World Poetry Slam.


donderdag 7 september 2023

Een vlucht regenwulpen

Het ging hier nogal tekeer afgelopen weekend. De eerste koude druppel (‘gota fría’, ook wel DANA genoemd) van het seizoen kondigde zich aan. De dag ervoor lag ik in zee en keek omhoog: geen mooiweerwolk te zien, wel laaghangende cirruswolken. Het zijn goede voorspellers, wat mij -professioneel wolkenstaarder- betreft. Wij haalden alle zonneschermen binnen en zetten de belangrijkste meubelstukken onder de overkapping. Het scherm op de achterpatio dat voor schaduw zorgt in de eetkamer klapten we gedeeltelijk in. We waren klaar voor storm en regen die was voorspeld voor dit gebied (en de rest van Spanje). Maar als zo vaak, schampte het noodweer onze woonplaats aan zee. De regenmeter kwam niet verder dan 35mm per vierkante meter maar de steeds verder aanwakkerende storm scheurde het schaduwscherm achter het huis in flarden. 

Tijdens een wandeling langs het strand tussen de buien door zagen we vogels op het lokale strand foerageren. Het was een soort die we nooit eerder zagen, zeker niet in deze contreien. Het ging om een regenwulpvrouwtje. Er leek iets mis te zijn met haar veren aan de flank maar later zag ik haar opvliegen. Dat kon ze dus nog. Ze liep rond in bergen zeegras die zich aan Murcia-zijde aan het strand opstapelden in de afgelopen periode. De vogel was door het donkere verenkleed niet van de achtergrond te onderscheiden. 

Ik kende de regenwulp tot dusver alleen van de titel van de roman Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart. Ik vond het een goed boek en daarin was ik niet alleen. Er werden 1 miljoen exemplaren verkocht. De verfilming ervan werd eveneens een klassieker. Het is het beklemmende verhaal over het door afkomst en opvoeding tot isolement gedoemde kind Maarten, verteld door de op zijn leven terugblikkende hoogleraar Biologie. (Al lijkt het erop, toch was het geen autobiografie.) Diens angsten en dwangneuroses werden verzacht door een grote opmerkingsgave en een diepe liefde voor de natuur. 

Deze vogel, vooral herkenbaar aan de twee donkere oogstrepen, is een inheemse diersoort in Nederland en andere noorderlijke landen en ze broeden daar ook. Maar in Spanje komen ze niet voor. In mijn Engelstalige vogelboek las ik dat dit gevederde vriendje (‘whimbrel’ genoemd) een overwinteraar is die vanuit het noorden vliegt naar de getijdengebieden voor de Afrikaanse westkust. Ze komen wel voor aan de westkust van Portugal maar niet aan de oostkust van Spanje. Daarom vermoed ik dat deze vogels door de storm waren gestrand. 

Recent Portugees-IJslands onderzoek maakt duidelijk dat regenwulpen supertrekvogels zijn. Ze kunnen non-stop over de Atlantische Oceaan vliegen, van noord-Europa naar west-Afrika; een afstand van ruim 6.000 km. Ze doen drie dagen over dit traject, zonder te eten en te drinken. Ik denk dat ze door de wind uit koers zijn geblazen. Als je de ranke wulp bekijkt, is dat geen onzinnige aanname. Er viel wel lekker veel te snoepen aan het plaatselijke strand. Hun kromme snavels zaten voortdurend in de bergen zeegras. Regenwulpen voeden zich bij voorkeur met insecten, krabjes, zeesterren en mollusken en die zitten  ongetwijfeld tussen de aangespoelde posidonia. 

Na de regen stak de storm op en die werd steeds feller. Op zondag ging we rond 11 uur voor het eerste wandelrondje. Toen zagen we de regenwulp weer. Na deze wandeling zagen we er allebei uit als heuse Catweazles: volledig verfomfaaid. Net als het verenkleed van de regenwulp. (Kun je je die kinderserie nog herinneren uit de jaren 70 van de vorige eeuw?) Ter plekke besloten we later die dag bij restaurante Mediterráneo te gaan lunchen om deze zomermaand feestelijk uit te luiden. Toen we om 13:00 uur weer uit huis stapten, was de wind verder aangewakkerd. Enkele uren later konden we vanuit het restaurant niet meer met goed fatsoen tegen de wind inlopen langs de boulevard. Mijn coupe was geruïneerd. De storm ging nog uren door die dag.

Wat ook opviel, was de almaar geler wordende lucht. Er kwam wederom flink wat Saharazand onze kant op; niet voor de eerste keer. De foto hiernaast werd die dag gemaakt door buurvrouw Bente, een verwoed wandelaarster die er in weer en wind opuittrekt. Het geeft de apocalyptische sfeer van die dag goed weer.

De volgende nacht bulderde de zee alsof er een tsunami op ons afkwam. Daartegen namen we echter geen maatregelen, al schuilt er kayak op de patio. De volgende ochtend lag er een dikke oranje drab op het terras en op de auto. De zee ging maandag nog steeds tekeer. Er wapperde een rode vlag langs de kust. Niet dat iemand ook maar enige zin zou moeten hebben om na zo’n storm te zwemmen. Er spoelt eenvoudigweg teveel aan en de kleur van het water was onherkenbaar voor dit deel van de Middellandse Zee. Die zag er meer uit als de zanderige (bruine) Noordzee. 

Op dinsdag besloten we weer naar zee te gaan voor een duik. Er wapperde die dag een groene vlag maar het was hoog water -met als gevolg een veel smallere strook zand dan normaal- en bergen zeegras (posidonia oceanica) op delen van het lokale strand. Dat belangrijke gras had de storm niet overleefd. We stonden met onze enkels in het bruine, woelige water en besloten zonder onderdompeling naar huis terug te keren. Jammer maar helaas. 

Er hangt nog steeds een deken van vocht over de kustlijn maar het noodweer lieten we achter ons. Augustus 2023 behoort tot de (twee) warmste zomers van het land, gemeten in de afgelopen 63 jaar. De gemiddelde temperatuur lag die maand op 27,4 graden; 1,7 graad hoger dan gemiddeld over die periode; niet alleen overdag maar ook 's  nachts. We hadden hier 26 tropische nachten, waarvan er tien verzengend heet waren. 

De beelden van ondergelopen Spaanse steden gingen na het afgelopen weekend de wereld over. Zondag was het code rood in en om Madrid. De ruim drie miljoen inwoners werd aangeraden binnen te blijven. Op sommige plekken in de regio Madrid viel in enkele uren meer dan 200mm regenwater per vierkante meter; er werden wederom veel records verbroken. 

In het FD las ik een artikel waarin wordt gesteld dat de Spaanse hoofstad aan een ramp ontkwam. Het zwaarste noodweer bevond zich 30km ten zuidwesten van de stad. Daar viel 254 liter water per vierkante meter. Een historisch record. Er viel daar in enkele uren zoveel regen als gemiddeld in een half jaar. 

Deze DANA vormde zogenaamde 'convectietreinen': lange maar zeer smalle stroken regen die de ene stad overstroomden maar waar in de volgende stad op de kaart geen druppel viel. Als de kern van het noodweer iets meer naar het noordoorsten was getrokken, was Madrid in een rampgebied veranderd, volgens Spaanse meteorologen. Filomena 2 (de bizarre winterstorm van 2021) maar dan van water. De stad is niet uitgerust om dit soort noodweer goed te doorstaan. In de toekomst zal er meer zwaar weer ontstaan, is de verwachting. Er moet dus minder asfalt komen, dat is een van de conclusies. Maar afgelopen zomer kwam er in Madrid juist 63.000 vierkante meter asfalt bij. Tja. 

Het is een feit dat er in Spanje meer dagen per jaar zijn waarop men last heeft van grote droogte dan van hevige regenval. Daarom is alles erop ingericht water vast te houden. Men moet dus toe naar een systeem waarbij overtollige regen wordt afgevoerd naar rivieren en water vanuit de rivieren wordt opgeslagen in reservoirs. Dat is overigens ook broodnodig in Nederland (waar nu van een subtropische nazomer wordt genoten). Klimaatverandering is nergens op de wereld meer te ontkennen. Watersnood in Slovenië, storm Hans in Scandinavië, noodweer in midden-Europa. Hitterecords in Zweden en Noorwegen. Hitte-uitschieters op Sicilië en Sardinië, in Zuid-Frankrijk en hier. Een hitterecord in Chili, waar het winter zou moeten zijn (een gevolg van El Niño?). Extreem brandgedrag in Griekenland, Hawaii en Canada. De extremen worden extremer. Hoog tijd om tot actie over te gaan en te gaan omdenken.  

De foto die dient als kop van deze blog is de winnende foto van de Bird Photographer of 2023. De Colombiaan Nicolas Reusens (Bogotá, 1975), schoot de foto van de zeldzame glinsterend-groene tangare in het tropische regenwoud van Ecuador. Hij woont thans in Catalonië en werkt onder andere voor National Geographic. Hij is verguld met zijn internationale uitverkiezing, ik ben blij met 'mijn' regenwulp. 


zaterdag 2 september 2023

Madame Brioche

Mijn liefje vond een nieuwe liefde. Een keer in de zoveel jaar krijgt ze het op haar heupen (die ze nauwelijks heeft). Dan loopt de mond over waar het hart vol van is. Ik ken het gedrag, leg mij er doorgaans lijdzaam bij neer. Deze keer lijkt haar nieuwe vlam zelfs op mij. Maar of ik daar nu zo blij mee moet zijn..?! Een aantal maanden geleden bezochten we een culinair festival in Cartagena. Daar at ze een kleine, zeer sappig hamburger op een brioche. Dat is een luchtig en zoetig sneetje witbrood dat oorspronkelijk uit Frankrijk komt. Het is zo luchtig dat het eigenlijk meer cake dan brood is. Als er geen burgertje op had gelegen, was het weggewaaid. Toen we laatst in restaurante Manero in Alicante iets nuttigden, bestelde zij  langzaam gegaarde geplukte (‘pulled’) ossenstaart... op een sneetje brioche. Als je erop gaat letten, zie je het broodje overal. Sindsdien is het brioche voor en brioche na. Ze droomt ervan, praat erover, zoekt ernaar.

De grote vraag was dan ook, waar vind je het om thuis te eten? Ik dook eerst in de ontstaansgeschiedenis ervan en las dat er al in het begin van de 15de eeuw al melding van werd gemaakt in een culinaire inventaris in de Normandische plaats Rouen. Daarin kwam het Franse werkwoord ‘brier’ voor dat kneden zou betekenen. Dit brood wordt gemaakt van bloem, water, gist, boter en eieren. En een snuf suiker anders weet ik niet waar de zoetheid vandaankomt. Het was destijds een luxebroodje dat op zondag werd gegeten. 

De eerste poging die we deden, was zoeken bij een winkel van de Franse supermarktketen Carrefour. Bingo! Sindsdien koopt ze af en toe een los bolletje maar laatst sloeg ze door en pakte een heel brood uit het schap. Ik zag het met lede ogen aan. Mij bekoort het minder. 

Het is vervolgens aan mij om er een smakelijke, vermakelijke lunch van te maken. Eenmaal werd het een brioche met hete kip en binnenkort begin ik aan de langzame bereiding van pulled pork. We kochten een mooi stuk varkensvlees dat lang in de Crockpot moet worden bereid. Dat vlees komt van de schouder of de nek van het dier; in het laatste geval wordt dat procureur genoemd. 

We krijgen dit weekend de eerste DANA van het zomerse naseizoen voor de kiezen met 100-200mm regenwater op sommige plekken (wij de helft, volgens een steeds veranderende voorspelling) dus we gaan twee dagen binnenzitten. Een beetje comfortvoedsel is dan welkom. Aan het einde van de lange garing mag zij het varkensvlees dan uit elkaar trekken en op haar geliefde brioche draperen. Liefde gaat ook in Huize Barefoot door de maag. 

Sinds 28 augustus is op de Nederlandse tv weer dagelijks -behalve in het weekend- een uitzending van Masterchef Australië 2023 te zien (op NET5, om half 8). Mijn liefje vroeg mij die dag of ik opgewonden was... Nee, dat was ik niet maar het is wel mijn favorietste kookprogramma op televisie. Nog niet zo lang geleden ontdekte ik tv-kok Hugo Kennis; een leuke homo met verleidelijke gerechten waarvan ik er al een aantal namaakte. Op vrijdag bereidt hij zogenaamde borrelplanken, die van gisteren was een Taiwanese versie met veel groenten, vis en bubble tea. Een mens is nooit te oud om te leren (koken), vooral gerechten van ver over de grens. 

Maar niets kan tippen aan Masterchef Australië; niet de Engelse, niet de Nederlandse en al helemaal niet de Amerikaanse. We probeerden veel landenversies maar eentje bleef maar overeind. Dat vind ik al sinds 2009, toen de eerste jaargang van de Australische uitvoering begon. 

Er was dit seizoen aanvankelijk wel enige schroom van mijn kant omdat het voor het eerst is om naar jurylid Jock Zonfrillo te kijken en te luisteren in de wetenschap dat hij plotseling doodging op 46-jarige leeftijd. Aan de vooravond van de eerste aflevering op de Australische buis overleed deze chefkok met Schotse en Italiaanse roots in een hotelkamer in Melbourne. Hij kwam uit Italië overgevlogen voor de première van het programma; zijn echtgenote en twee kinderen bleven in Rome. Zonfrillo was kort daarvoor met zijn gezin vanuit Melbourne naar Italië verhuisd om aan een nieuw hoofdstuk in zijn leven als chef te beginnen. 

Het is voor het grote publiek en zijn fans nog steeds niet duidelijk waaraan hij precies overleed maar dood is hij. De politie verklaarde dat ze niets verdachts vonden in de hotelkamer. Hij zou aan een natuurlijke dood zijn overleden. Wel is officieel bevestigd dat Zonfrillo al jarenlang leed aan darmkanker en dat hij regelmatig voor behandeling naar het ziekenhuis moest. De kanker stak voor het eerst de kop op in 2016 en daarvoor onderging hij chemotherapie en bestraling. De kwaadaardige kanker kwam echter zeer agressief terug in 2021 en wederom onderging hij behandelingen. Niemand, buiten zijn kring van intimi, was hiervan op de hoogte. 

Tijdens de eerste aflevering op tv spookte dit alles door mijn hoofd maar op een bepaald moment overwon de levende Zonfrillo en die zie ik sindsdien. Hij hoort bij dit mooie kookprogramma zoals een brioche hoort bij mijn liefje. 

Deze jaargang, die als thema Secrets & Surprises kreeg, heeft weer een andere opzet dan de voorgaande jaren. We zien als kijker geen voorselectie van kandidaten, achter de schermen werden ze reeds uitgekozen om mee te doen. Het zijn er dit seizoen 18 die gaan strijden om de prijs van 250.000 Ozzie dollars, de prestigieuze bokaal en de eer. Als je wint, verandert je leven radicaal. Ten goede, welteverstaan. 

De eerste twee uitzendingen bestonden vooral uit gegiechel en gegil van de amateurkoks. De Masterchef-studio in Melbourne werd namelijk betreden door gastkok Jamie Oliver. Hij bleek de favoriet van menigeen te zijn. Ze vielen nog net niet in katzwijm toen hij binnenstapte maar het scheelde weinig... Voor mij is Oliver vooral een inspiratiebron uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Ik heb een stuk of drie van zijn kookboeken op de plank staan. Hij was destijds een frisse wind die door de wereldkeuken wervelde. Ik kan niet ontkennen dat hij een grote rol speelde in de verbetering van de Britse voedingswereld en (ver) daarbuiten. Tegenwoordig is hij echter meer een legende dan een kookster aan het hedendaagse firmament, wat mij betreft. 

Zoals in alle voorgaande jaren, staan we in rechtstreekse verbinding met vriendin Bernadette in Nederland die net zo’n grote fan van dit programma is als wij. Zij prees de diversiteit van het team van dit seizoen na de eerste uitzending te hebben gezien. Zoals altijd, is er inderdaad sprake van een bonte mix van kandidaten. Wel vind ik dat er nu nogal wat personen met overgewicht meedoen. Wellicht niet verwonderlijk als je koken en eten als grootste hobby hebt maar welke boodschap stuur je uit? Wat eveneens verrassend is, is dat we een oude bekende terugzien. Brent Draper (34) uit Queensland moest als kandidaat halverwege seizoen 2020 opgeven vanwege psychische problemen. Deze  sympathieke man met de lange baard kwam als herrezen terug en voelt zich beter dan ooit, naar eigen zeggen. Ik wens hem meer sukses toe dit jaar! 

De kandidaten komen uit alle zes staten van het land: Victoria, West Australia, South Australia, Queensland, New South Wales en Northern Territory. Qua roots brengen ze buitenlandse ervaring mee uit Zimbabwe en Zuid-Afrika, Oekraïne en Rusland, India, Cyprus, Italië en Venezuela. Het programma (en het land) doet zijn naam dan ook eer aan als culinaire smeltkroes. Een aantal van hen brengt vooral Ozzie-ervaring mee en bij sommigen kun je dat tevens horen. ¡Madre mia wat kunnen die knauwen! Cath Collins uit Victoria (54) spant de kroon. Zij doet mij denken aan de eerste winnares van het programma, Julie Goodwin. Die was ook 100% born and raised Australian. 

Er is in deze jaargang geen stoer pottekind of flamboyante homo te bekennen maar dat is zeker niet de reden waarom ik als kijker -nog- niet lig te zwijmelen op de bank. Ik vind de groep amateurs nogal homogeen, hoe gek dat mag klinken na de voorgaande opsommingen. Ze lijken allemaal min of meer op hetzelfde kookniveau te functioneren, hun gerechten doen nogal amateuristisch aan (al zijn er uitzonderingen). Er is veel ge-ah en ge-oh uit hun monden op te tekenen, bij het minste of geringste. Alsof ze voortdurend onder de indruk zijn van van alles. Net als in de twee voorgaande jaren, is er weinig tijd om de verrichtingen in de keuken van dichtbij te zien. Dat was in eerdere jaren beter en dat vind ik jammer. Alles moet tegenwoordig kennelijk sneller en gefragmenteerder. Tja. 

Er gloren al wel favorieten aan de horizon, wat mij betreft: Alice Han (29 jaar,  Aziatische roots, afgestudeerd in de economie aan Harvard en Stanford), Malissa Fedele (28 jaar, innemende voedingsdeskundige met Italiaanse roots), Adi Nevgi (31 jaar, een kleine opdonder met Indiase roots die als arts aan het medische front diende tijdens de pandemie) en Robbie Cooper (65 jaar, voormalig professioneel rugbyspeler, met Aboriginal-Aziatische roots). Een mooi stel. Ik ben benieuwd hoe ver ze komen, mijn nieuwe liefdes. 

In de eerste week kreeg Larissa Sewell (25 jaar, Oekraïens-Russische thuismoeder) een belangrijke joker die speciaal voor dit seizoen werd bedacht. Als ze in het vervolg afvalt, mag ze die inzetten om terug te keren in de race tijdens een volgende eliminatierace. Zoiets als een tweede kans die Brent kreeg. Dat is een enorm voordeel ten opzichte van de concollega’s die niet kunnnen terugkeren als ze afvallen. Voorts aanschouwden we de eerste immuniteitstest waarbij een van de amateurs moest koken tegen een professionele chef – die glansrijk won; ik verwachtte niet anders. Bovendien maakten we de eerste eliminatieronde mee als kijker. Andrea-met-Italiaanse-roots viel in de tweede kookronde af met crepes  met Nutella. De pannenkoekjes waren ragdun maar de saus lengde hij aan met water, een doodzonde in de keuken die werd afgestraft. Sneu maar terecht. ¡Arrivederci, amico! 

Hopelijk word ik weldra door de Masterchef Australia-koorts bevangen. Die mag dan duren tot december van dit jaar. Madame Brioche hoopt dat eveneens. We hebben maanden te gaan voor we de winnaar kennen. Wordt dus vervolgd.


zaterdag 26 augustus 2023

Van de inhoud

Langzaam maar zeker naderen we het einde van de Spaanse zomervakantie. Die van mij gaat nog even door, die van de meeste Spanjaarden stopt in de loop van volgende week. De hittegolf houdt ook nog aan. Gistermiddag kwam de wind uit het zuiden dus dan weet je het wel. Afgezien van die tergend lang aanhoudende hittegolven was het een rustigere augustus dan in vorige jaren. Misschien is dat omdat het went maar dat denk ik, eerlijk gezegd, niet. Geluidsoverlast went nooit. Of het nu van schreeuwlelijkerds op twee of vier pootjes komt. Mijn liefje las onlangs een kop uit een (Spaanse) krant voor waarin werd gesteld dat twee miljoen burgers in Europa last hebben van lawaai. Mijn eerste reactie was ‘dat aantal valt mij mee’. We zijn op dit continent met bijna 450 miljoen burgers dus dat is maar een klein percentage. Maar overlast is overlast en elke persoon die dat ervaart, is er een te veel. Feit is dat deze maand relatief goed verliep. Wel nemen we ons voor volgend jaar een deel van de zomerperiode elders door de brengen; bij voorkeur in het Vaderland. Niet om Spanjaarden te ontlopen maar wel de eventuele hitte. 

In Nederland is de komkommertijd reeds ten einde. De kranten en journaals hebben weer van alles te melden dat mij interesseert. Dat komt onder andere door de op handen zijnde veranderingen in de Vaderlandse politiek. Veel parlementariërs keren niet terug na de verkiezingen van 22 november a.s. Op dit moment staat de teller op 34. Je zou dit een ‘brain drain’ kunnen noemen maar meer dan grijze cellen vliegen er vooral vele parlementaire ervaringsjaren het raam uit. Een aantal partijen verliest de partijleider, Nederland krijgt een andere premier, de huidige Kamervoorzitter keert niet terug, de nestor van de Tweede Kamer stapt op (partijleider SGP) en een aantal eenpersoonsfracties houdt op te bestaan. 

Eenmansfractie Pieter Omtzigt (1974) ontvouwde zijn toekomstplannen voor Nederland deze week in de vaderlandse pers. Wij, stemmers-op-afstand, wachtten met spanning op zijn besluit. Zou hij een politieke partij gaan opzetten of ging hij eveneens stoppen? Hij kreeg vorig jaar door gedoe immers een burn-out. Als deze uiterst intelligente, principele luis in de pels van het Haagse establishment zou gaan meedoen met een eigen partij zou dat de komende campagne en het politieke landschap weleens flink kunnen opschudden. Het gaat dan hopelijk weer over de inhoud, in plaats van beeldvorming! 

De boodschap van Omtzigt was er eentje die ik met interesse tot mij nam. Hij begint aan een uitdagend project. Zijn partij gaat Nieuw Sociaal Contract (NSC) heten; een beetje suf vind ik het wel klinken maar het is de titel van zijn eerdere boek over de noodzakelijke veranderingen in de politiek. In een essay in Trouw las ik bovendien dat dat begrip (sociaal contract) stamt uit een periode van grote Europese denkers en filosofen uit lang vervlogen tijden. 

Illustratie: Maarten Wolterink
Omtzigt formuleerde met een groep gelijkgestemden zijn grondgedachten en uitgangspunten; over woningnood, het aardbevingsschandaal, de toeslagenaffaire, falend asielbeleid en toenemende armoede. Er spreekt een grote hervormingswil uit. Dat is wel even anders dan wat BBB doet. 

De bewust gekozen partijnaam geeft aan wat het streven is: bestaanszekerheid garanderen voor iedere burger van Nederland, herstel van vertrouwen in de overheid. Een nieuw sociaal contract betekent een nieuwe organisatie van de staat, waarbij de burger grotere zeggenschap krijgt. De Dwarsdenker van Den Haag (zijn geboorteplaats) wil in dat kader een constitutioneel hof, een gewijzigd kiesstelsel en beter rechtsbescherming. 

Hoe wek je vertrouwen als politicus? Door ondubbelzinnig voor je zaak te staan, een duidelijke visie tentoon te spreiden over de rol van de overheid en over de actieve betrokkenheid van burgers. Omtzigt zelf boezemde vooral vertrouwen in door grote betrokkenheid te tonen in de toeslagenaffaire maar ook door zijn duidelijke taal en diepe kennis van zaken. Hij is een man van de inhoud. Over een aantal andere hete aardappelen moet hij zijn gedachten nog op papier zetten (stikstof, bijvoorbeeld). En er moet een lange lijst komen met net zo betrouwbare kandidaten. Dat is geen sinecure! Volgens de laatste peilingen zal zijn partij goed zijn voor tenminste 30 zetels. 

Wordt hij de Redder des Vaderlands? Omtzigt is zeker geen Messias, hij kan geen water in wijn veranderen en niet over water lopen. Een satire in de Volkskrant speelde daarop afgelopen week in: ze moesten Pieter (denkbeeldig) uit de Hofvijver vissen. En nee, evenmin heeft hij de ambitie om premier van Nederland te worden. Hij wenst Kamerlid te blijven, in de toekomst dus wel als leider van een grote fractie. Hij is, naar verluidt, niet de beste teamplayer al heeft hij in de afgelopen 20 jaar met een brede waaier aan politieke partijen in de Tweede Kamer (van links tot rechts) samengewerkt. We gaan het zien. 

Wat ik ook goed aan hem vind, is dat hij toekomstige samenwerking met de PVV van Geert Wilders uitsluit. Uit principe. De PVV is allereerst geen partij (wel een beweging met 1 lid) maar stelt bovendien ondemocratische maatregelen voor. (Diezelfde opvatting huldigt hij over Forum voor Democratie.) Voor een man als Omtzigt is de Grondwet uitgangspunt. Hoe goed ik hem ook vind als politicus, zelf zal ik nooit op een partij of kandidaat stemmen die -mede- wordt gedreven door geloof in een goddelijke macht (ook wel religie genoemd, welke dan ook). Solidariteit met elkaar en mededogen voor je naaste zou iedereen moeten voelen. 

Illustratie: 
Jean Gouders
Net als Omtzigt, heeft ook de gloednieuwe partijleider van PvdA en Groenlinks een toekomstvisie voor Nederland. Wat voor land willen we zijn? Wat voor burgers leveren daaraan hun bijdrage? Hij oogt wellicht meer als de Messias -door die grote, grijze baard- maar ook Frans Timmermans (1961) is dat niet. Wel is hij eveneens een man met een missie. De Eurocommissaris en eerste vice-voorzitter van de Europese Commissie komt uit Brussel terug om het nieuwe samenwerkingsverband op links in het Vaderland te gaan aanvoeren. Ik denk zelf dat hij een stemmentrekker zal blijken te zijn dus de komende parlementaire verkiezing wordt spannend. Het zal geen regelmatige lezer verbazen dat mijn voorkeur ter linkerzijde van het politieke spectrum ligt. Op Timmermans zal ik mijn stem echter niet uitbrengen, al is ook hij van de inhoud. Bij voorkeur stem ik op een vrouw. 

Wie echter volledig ongeloofwaardig is in mijn ogen, is Wopke Hoekstra als opvolger van Timmermans in Brussel. Hoekstra als nieuwe Klimaatpaus? Kom nou! Hij is de man die een dolk in de rug stak van collega Christianne van der Wal die het lastige stikstofdossier in de maag kreeg gesplitst. Hoekstra, die zei dat 2030 niet heilig voor hem was, het jaar waarin Nederland de stikstofdoelen moet halen. De onbetrouwbare man die op de rem trapte. De man die over zichzelf zegt dat hij meer bestuurder dan politicus is, betreedt mogelijk het epicentrum van de Europese politiek. Ik heb er geen woorden voor.... In de Spaanse pers kon zijn voorlopige benoeming rekenen op smalende opmerkingen. Wat een sneue banencarrousel is dit. En wat een rare sprongen voor een gewezen McKinsey-man.  

Onder andere zo krijgt politiek zijn slechte naam. Hopelijk is dit de laatste perfide daad van het demissionaire kabinet Rutte IV. Hoekstra's benoeming is echter nog niet zeker. Er moet in het Europarlement nog worden gestemd. Als hij wel de opvolger van Timmermans wordt, zal hij de Eurodelegatie gaan aanvoeren bij de belangrijke klimaattop in Dubai. Eind november zal hij daar dan als hoofdonderhandelaar namens de Europese Unie andere landen ervan moeten overtuigen hun ambities te verhogen en te gaan bijdragen aan klimaatfondsen. Zie je het voor je?! Ik zou mij uit de procedure terugtrekken als ik hem was. Het gaat hier immers over de inhoud. Tja. Volgens peilingen komt het CDA in de Nederlandse politiek niet verder dan drie zetels bij de komende verkiezingen. 

In Spanje is het momenteel evenmin komkommertijd aan het politieke firmament. Ik ga niet bloggen over die vermaledijde Rubiales, zijn grensoverschrijdend gedrag en zijn onwil om af te treden als baas van de Spaanse voetbalfederatie; een macho-verbond bij uitstek. Hell no. De beerput gaat wijd open over deze afschuwelijke man. Goed dat de Spaanse wereldkampioenen weigeren voor Spanje te gaan voetballen zolang hij op zijn stoel zit. Dat zal hem leren! 

De vervroegde verkiezingen leverden hier geen absolute winnaar op. Volkspartij Partido Popular (de VVD van Spanje) kreeg de meeste stemmen maar geen meerderheid; zelfs niet als het gaat  samenwerken met de extreemrechtste partij Vox. Die partij werd afgestraft door de kiezer. Tot mijn grote opluchting heeft de Spaanse kiezer gesproken over het lot van deze nare partij in de landelijke politiek. Op regionaal vlak (na de afgelopen regionale verkiezingen) boekten ze hier en daar wel sukses. Zo kreeg de combi PP-Vox in Elche de meerderheid en daar maken ze nu het lokale bestuur uit. Het eerste gezamenlijke besluit dat werd genomen, was dat ze daar alle fietspaden gaan opdoeken. Snap jij dat?! Fietsen is kennelijk een linkse hobby en dat moet kapot. Dus alle fietspaden in de stad moeten uit het straatbeeld verdwijnen. Onder andere zo krijgt de Spaanse politiek zijn slechte naam. Tja. 

De landelijke coalitie van PSOE en andere linkse partijen die tot voor kort in dit land de scepter zwaaiden (voor het eerst in de parlementaire geschiedenis van Spanje), werd qua aantal stemmen de tweede partij van het land, met een lichte stijging in het aantal uitgebrachte stemmen. Demissionair premier Pedro Sánchez vond dat een feestje waard. Ook hij won. Leiders van beide partijen vonden dan ook dat ze beiden recht hadden om als eerste een regering te gaan vormen. 

Maar wat hier gebruikelijk is, is dat koning Felipe VI bepaalt wie dat recht heeft. De koning gaf die rol aan de leider van de grootste partij (PP), Alberto Núñez Feijóo (1961). Voor het vormen van een regering is in Spanje een meerderheid van 176 zetels nodig. Met Vox, UPN (Unión del Pueblo Navarra) en CC (Coalición Canaria) op rechts blijven ze steken op 172 zetels. De kans is dus groot dat hij geen meerderheid van stemmen krijgt in de Cortes Generales (de algemene hofraden), de Tweede Kamer van dit land. Andere partijen in het parlement lijken niet van zins hem te steunen. Er zijn twee stemronden, de uitslag weten we pas eind volgende maand. Spannend. 

Lukt het Feijóo niet, dan mag Sánchez proberen weer een regering te vormen. Die kansen zien er beter uit al zijn er geen garanties. Hij kan rekenen op meer steun in de Kamer, uitkomend op 178 zetels. Maar er moet nog flink worden onderhandeld. Achter de schermen is hij al druk met het opstellen van plannen, las ik meermalen in Spaanse media. 

The heat stays on. Die strekt zich hier uit naar september-oktober. Tegen die tijd is Rubiales uit zijn functie gezet, dat is het goede nieuws. 


vrijdag 18 augustus 2023

Terracottaleger van Xi'an in Alicante

We maakten onlangs weer een uitstapje naar Alicante om daar de expositie Las Dinastías de Qin y Han te bekijken in het archeologisch museum MARQ. We hadden gereserveerde kaarten op een vast tijdstip, met rondleiding. Deze tentoonstelling stond gepland voor 2020 maar toen brak de pandemie uit en werd het uitgesteld. Maar van uitstel kwam geen afstel. Het toeval wil dat Spanje en China dit jaar hun 50-jarige band vieren. 

We gingen tijdig van huis en namen de tolweg (AP-7) om vakantiedrukte en opstopping te voorkomen. We komen langs een aantal kuststeden waar het in deze tijd van jaar erg druk is met vakantiegangers. Normaliter rijden we Alicante vanuit het zuiden binnen. Nu besloten we, met alle werkzaamheden in het centrum van de stad, de bestemming via de noorderlijke route aan de rijden. Dat was een goede beslissing. We kwamen aan zonder oponthoud en doken meteen de dichtstbijzijnde parkeergarage in. 

Mijn liefje is vaak onder de indruk van hoe ik de auto achteruit in een parkeervak manouvreer in doorgaans smalle en volle ondergrondse parkeergarages. Je kunt zeggen dat het een hobby werd al werken de sensoren rondom de auto weleens op mijn zenuwen. Op de display beginnen er dan veel te vroeg gele en rode waarschuwingen te verschijnen. Je zou denken dat je weldra op een obstakel knalt als ik niet beter zou weten. Zenuwenlijers zijn het! 

De tentoonstelling zit in een prachtig pand. In 2004 werd het uitgeroepen tot het mooiste museum van Europa. (Guggenheim in Bilbao ging hen voor in 2000.) Voorheen was dit het ziekenhuis van de stad, met een regionale functie. 

Na een kopje koffie op het terrein liepen we -te vroeg- het museum binnen met de vraag (in het Spaans) of we eerder aan de rondgang mochten beginnen. We stonden op een papieren lijstje, er lagen twee papieren tickets op ons te wachten terwijl we twee electronische toegangsbewijzen op de telefoon hadden. Het ontgaat mij waarom een dubbele administratie, en dan nog wel op papier, nodig is. Maar ja, dit is Spanje. Qua internet, toegankelijkheid van websites en online gebruikersvriendelijkheid is er nog veel te winnen. 

Maar we konden doorlopen. We werden in de eerdere groep ingedeeld en bleken in een Engelse rondleiding te belanden die later begon dan de groep waaraan we dachten te zijn toegevoegd. Dat wilde ik niet. Oh-oh, moeilijk-moelijk. Totdat ik daar in goed Spaans zei dat het niet onze voorkeur had met een Engelssprekende groep mee te lopen. Onze voorkeur ging uit naar de Spaanstalige tour. Bovendien had niemand ons daarover iets gevraagd. Er werd gebeld. Totdat er een knikje volgde en we met de eerstvolgende Spaanse groep meemochten. 

We werden begeleid door gids José, een Spaanse jongeman die geschiedenis studeerde. Hij was zeer goed onderlegd in de materie van Qin en Han en sprak als rechtgeaard Spanjaard veel met zijn handen. Niet eenmaal hoorde ik een hapering tijdens zijn toelichting op de kunstvoorwerpen in de drie zalen die we onder zijn bezielende leiding doorliepen. 

Deze tentoonstelling is erg mooi vormgegeven, vind ik. Donker, met meerkleurige lampionnen aan het plafond en veel paarstinten, de kleuren die in de Chinese cultuur staan voor onsterfelijkheid en goddelijkheid. De expo draait om het Terracottaleger van China´s eerste keizer Qin Shi Huang. Sinds de achtste eeuw voor onze jaartelling, eeuwen voordat Qins dynastie begon, bestond China uit circa 100 koninkrijken (net als Spanje) waarvan de heersers elkaar en elkaars macht te vuur en te zwaard bestreden. Het was een bloederige boel. Gevechtsbeelden waren in een zaal te zien als achtergrond. 

Qin was de eerste die de koninkrijken van China aan zich wist te onderwerpen. In 246 voor onze jaartelling wordt hij zelf koning, in het jaar 221 roept hij zich uit tot onbetwiste keizer van China. In die hoedanigheid regeert hij tot het jaar 206 (voor Christus). In zijn zoektocht naar onsterfelijkheid liet hij een immense ondergrondse burcht bouwen waar hij na zijn dood wilde voortleven. Het was destijds de culturele gewoonte om je hele hebben en houden mee je graf in te nemen. Als de heerser overleed, gingen zijn echtgenote, concubines, paarden, leger, personeel en aardse bezittingen van grote waarde mee het ondermaanse in. Totdat men op enig moment tot het inzicht kwam levende personen en dieren te vervangen door terracotta-wezens. Zo ontstond het Terracottaleger van Xi'an dat 2.000 jaar verborgen bleef. Het bestaat uit 8.000 krijgers die zijn gewapend, gekapt en gekleed naar hun rang, uit 500 paarden en 150 strijdwagens. 

In 2008 bezochten wij het Drents museum om voor de eerste keer een klein deel van het opgegraven terracottaleger te zien. Die expositie reisde destijds over de wereld. De opzet en de tentoongespreide voorwerpen en beelden waren toen anders dan de huidige tentoonstelling in Alicante. In het museum in Assen troffen we een groot aantal beelden aan (deels in kleur uitgevoerd), doorgaans op podia uitgestald waar je als publiek omheen liep. Je kon er vanaf een balustrade op neerkijken of je moest als bezoeker opkijken naar de beelden. Ook toen al waren er krijgers uit de volledige hiërarchie te bewonderen: van eenvoudige soldaten tot de hoogste in rang, de generaal. 

Dat was nu niet anders al was deze opstelling eigentijdser. De beelden staan in doorzichtige glazen of perspex zuilen, min of meer op ooghoogte van de kijker. Je kunt er omheen lopen, de terracotta-uitvoering -in ovens op hoge temperatuur gebakken klei- tot in de kleinste details bestuderen. Wat ik heel interessant vond, was het feit dat twee grote beelden van keizer Qin in een kubus van doorzichtig doek waren geplaatst, met gekleurde lampen op de beelden. Die afscherming is eveneens cultureel bepaald; de absolute heerser over de Chinezen wilde zichzelf niet al te zeer te kijk zetten. Er moest enige afstand tot het volk blijven. 

Twee van de mooiste stukken van deze expositie vind ik een menner op een strijdwagen met vijf paarden (hiernaast)  en de rouwkoets van de keizer met luiken die open en dicht kunnen. De originele rouwkoets is geheel van goud; die bewaart men in China. Hier staat een replica in brons. Ook erg mooi. 

Tevens zijn er voorwerpen en beelden te bezichtigen uit het mausoleum van keizer Yangling en zijn vrouw, keizerin Wang; personen uit de rivaliserende Han-dynastie dat in de buurt van Xi'an werd ontdekt en opgegraven. Han-Chinezen maken tegenwoordig de dienst uit in China, ze zijn de dominante bevolkingsgroep van het land. Het keizerlijk paar liet zichzelf begraven met een leger van duizenden soldaten, eunuchen, bedienden, muzikanten en acrobaten, evenals honderden dieren en modellen van wapens, voertuigen, gereedschappen en persoonlijke ornamenten. De figuren in dit mausoleum zijn veel kleiner dan die in het grafcomplex van keizer Qin. Hun lichamen zijn van keramiek maar oorspronkelijk hadden ze scharnierende armen van hout, waren ze gekleed in zijde en hun harnassen waren gemaakt van leer. Dat materiaal verging allemaal. De figuren zijn hier naakt te aanschouwen. 

Het is indrukwekkend om te zien hoe de Chinese cultuur al vroegtijdig zo ontwikkeld was. Wat een technieken en materialen waren toen in gebruik en wat een luxe werd tentoongespreid. En dan te bedenken dat de Europese tijdgenoten zeer eenvoudige boeren waren... Uiteindelijk deelden de Chinese keizer Qin en Julius Caesar de wereld met hun tweeën op, rond de jaartelling. Deze tentoonstelling is tot januari 2024 in MARQ te zien en is een aanrader! 

We lunchten daarna in een stemmig tapasrestaurant in de Calle Manero Mollá, genaamd Manero. Voorheen zat in dit pand een kruidenwinkel en enige mate van die knusheid vind je er nog steeds. De uitgebreide kaart is een mix van delicate Franse en Spaanse gerechten. Onze vrienden Paco y Rolando zegen daar enkele maanden geleden neer en vonden het een aanrader. Recensenten van de Michelin-gids vinden het eveneens een uitzonderlijke eetlocatie. Dit restaurant is gelieerd aan restaurant El Portal, een even leuke plek in dezelfde straat. De  hoofdkok stond niet zelf in de keuken. Dat werk liet hij over aan een vrouwelijke brigade die zeer capabel bleek. Zelf rijgde hij in het zicht van de klanten spiezen met olijven, anchovis en pepers. Met handschoenen aan. 

Er kwam eerst een Spaanse amuse op tafel, daarna enkele oesters vooraf. Vervolgens  kozen we steak tartare en langzaam gegaarde rabo de toro op briochebrood als hoofdgerechten. Klein maar fijn. De huiswijn was voortreffelijk. De steak tartare was nu eens niet de keuze van La Dama del Steak Tartare. Mijn liefje eet dit gerecht al bijna 50 jaar met regelmaat en met veel plezier. (Zelf bereidt ze ook een voortreffelijke versie!) Haar allerlekkerste uitvoering ooit at ze in Brussel, bij Aux Armes de Bruxelles. Dat deed ze voor het eerst met haar vorige liefje -een Belgische met Joodse roots- maar wij aten daar ook samen. Er hingen foto’s van Bill Clinton en andere bezoekende beroemdheden aan de wand. Wij werden er niet vereeuwigd maar dat maakt het niet minder memorabel. Daar werd ik ingewijd in dit gerecht. Af en toe deelde ik een croustini met tartaar uit. Vragende ogen... maar gedeelde pret is dubbele pret; al kon het ossenstaartgerecht haar ook zeer bekoren. 'Mijn' steak tartare belandde in haar Top5 en dat zegt genoeg. We namen een hartige delicatesse mee voor onze Deense buren bij wie wij gisteren werden uitgenodigd voor een barbecue-avond. Ook Jan is een uitstekende kok. 

Foto’s van dit dagje uit vind je in het webalbum 2023.