Translate

donderdag 7 juli 2011

Huiswaarts

Morgen gaan we Ketut van het vliegveld van Denpasar ophalen. Het wordt een bus vol positief gespannen grote en kleine mensen, met een gevulde koelbox, een alternatief babybedje, peuterleesboeken en een welkomsgeschenk van Yudha voor zijn vader.
Het mannetje was in de afgelopen dagen nogal afgeleid. Ik vond dat geen probleem maar je begrijpt dat het creëren vooral op mij terechtkwam. Omgeven door potloden, stiften, lijm, schaar, tijdschriften en heel veel stickers zat ik met tong uit de mond gebogen over een kleurige plaat die Ketut straks moet verrassen.

Er was in de afgelopen dagen regelmatig telefoon- en emailcontact tussen Canada en Bali. Yudha streek aan de telefoon al met de eer: hij vertelde zijn vader trots dat hij een kado voor hem had gemaakt. Met Belligit, een soort wondermiddel. Om er direct achteraan te vragen of zijn vader ook een olèh-olèh voor hem meebracht... Zelf sprak ik Ketut niet maar ik ontving zijn mails. De eerste van deze week liep als volgt:


“Horeeeeeeeeee!!!!!!!!!! I go home!
Hi....... kakak-kakaku, apa kabar?
another 5 more days and we are going to get together again, how nice…
for the first time i see my lovely second heart (damai).
i feel very happy and look forward to nasi campur…
now i'm in sitka - alaska. it's very cold here: 10° Celsius!
i count down the time. it felt so long… i almost can't sleep…

So see you soon in bali, love you all,

ketut @ sea

Ik had natte ogen toen ik het bericht las. Niet uit frustratie om de kakak-aanhef; dat is formeel taalgebruik waarmee Ketut ons, zijn oudere zusters, in alle mails beleefd aansprak. Zoals hij is. Ik was geroerd omdat mij was medegedeeld dat we geen emailcontact meer konden hebben aangezien hij door de cruise-organisatie reeds was afgesloten van internet aan boord.

Hij was net zo aan het aftellen als wij, dat was geen verrassing. Wat mij ook niet verraste, is dat hij ernaar verlangt zijn jongste zoon in zijn armen te sluiten. Dat zal een mooi gezicht zijn. Wat mij evenmin verbaasde, is dat hij tevens uitziet naar een bordje nasi campur, de nationale schotel van Indonesië en een van zijn favorieten. Bij deze gemengde schotel krijgt je doorgaans veel waar voor je geld: witte rijst, tofu, kip, rund- en varkensvlees, vis, pinda’s èn groente, bereid met knoflook en chili. Dat alles voor Rpi 7.000 à 10.000 (€0,80). Ik gaf het verzoek aan Elsa door. Zij zal hem de komende dagen ongetwijfeld culinair en anderszins verwennen. Dat alles deed mijn mondhoeken krullen.

Enkele dagen later kreeg ik een enigszins paniekerige vervolgmail waarin Ketut aangaf dat hij bang is niet in Bali te zullen aankomen. In eerste instantie trok ik mijn wenkbrauwen op. Niet aankomen?! Nadere lezing maakte duidelijk dat hij bang is dat hij in het verkeerde vliegtuig zal stappen. Ik schreef hem terug dat hij dat als beginneling op vlieggebied niet voor elkaar zal krijgen. Tenminste niet in een georganiseerde stad als Vancouver (Canada)... “but do not tempt the gods!”

Hij hoeft de goden niet te verzoeken want die zijn hier al. Ook zij keerden deze week naar Bali terug. Gisteren vond hier de belangrijke ceremonie Galungan plaats. Het komt er in het kort op neer dat Balinese Hindoes geloven dat hun vergoddelijkte voorouders naar de aarde terugkeren waarna ze door familie welkom worden geheten met gebeden en offerandes bij de familie- en dorpstempel. Als dat op de juiste wijze gebeurt -dat wil zeggen: uitbundig!- zal de sterveling in de maanden daarna veel goeds overkomen. Deze ceremonie vindt tweemaal per jaar plaats. Het personeel had een vrije dag maar kwam ook bij onze huistempel offeren. Jeró Wayan Buana Sari Manik Geni, de godin bij wie wij inwonen, kreeg voor die gelegenheid een spiksplinternieuwe goudgele pajong.

Terug naar Ketut. Ik bekeek de site van Vancouver Airport, las dat het vliegveld dit jaar haar 80ste verjaardag viert en zag dat het tamelijk groot is. Oh-oh. Enige reisadvies leek mij dus gewenst. Ik schreef hem dat hij minstens 3 uur voor vertrek op het vliegveld moet aankomen. Dat is op zich al een uitdaging want hij vliegt om 02.20 uur 's nachts en is moe. Balinezen en stiptheid. Adu! Voor de meesten van hen is 'op tijd' een uiterst rekbaar begrip...
Ik bestudeerde de terminalmap en meldde hem dat hij naar de International terminal moet gaan, vervolgens naar Departures moet op level 3 en dat hij daarna moet zoeken naar de China Airlines Counter (logo toegevoegd). Als hij zich daar meldt, ontvangt hij een boarding pass (die hij niet moet verliezen!) waarop het nummer van de gate staat waar het vliegtuig op hem wacht. Gisterennacht vertrok het vliegtuig met hetzelfde vluchtnummer op tijd. Het is even afwachten of mijn instructie foolproof was... Je leest het binnenkort. Waar zouden wij, en hij vooral, zijn zonder internet?!



maandag 4 juli 2011

Wat vertrouwd is, roept geen vragen op

Een regelmatige bloglezer attendeerde mij onlangs op een interessant interview in de Volkskrant. Het betrof een gesprek met Dr Geerat Vermeij, evolutionair bioloog, paleontoloog en schelpenexpert. Hij werd geboren in Nederland maar emigreerde op 10-jarige leeftijd naar Amerika waar hij later hoogleraar mariene ecologie en paleo-ecologie aan de Universiteit van Californië werd. Vermeij is blind sind zijn derde jaar. Door een glaucoom kon hij vanaf zijn geboorte heel slecht zien; alleen aan kleuren bewaart hij een herinnering. Kijken deed vreselijk pijn. Omdat de aandoening tot hersenbeschadiging kon leiden, besloten de artsen zijn beide ogen te verwijderen. Brrrrr.

Het interview vond plaats vanwege de Nederlandse vertaling van Vermeij's recentste boek: 'Schelpen en Beschaving'. Hij schetst daarin hoe schelpen en culturen voortkomen uit dezelfde evolutionaire principes, met name aanpassing aan de omgeving en aan andere soorten. Het boek staat vol beschrijvingen van expedities naar wereldwijde stranden, koraalriffen en getijdenpoelen. Ondanks -dankzij?- zijn handicap ontwikkelde Vermeij zich tot een van de grootste schelpdierenkenners ter wereld. Dat alles op de tast. Kijken met je vingers. De man beschikt zonder twijfel over de gevoeligste vingertoppen van het Westelijk halfrond?! Ik maak een diepe buiging voor hem en zijn wetenschappelijke prestaties.

De interviewer stelt hem ook de vraag hoe relevant het thema aanpassing is voor zijn persoonlijke geschiedenis. Zijn antwoord boeide mij: “Ik denk het wel. Emigreren naar een vreemd land lokt wetenschappelijke vragen uit die ik waarschijnlijk nooit had gesteld als ik in Nederland was gebleven. Wat vertrouwd is, roept geen vragen op. In die zin is reizen voor mij heel belangrijk, net zoals het dat was voor Darwin en Wallace.” Persoonlijk herken ik veel in wat hij daar zegt.

“De mooiste schelp? Ik denk Euprotomus bulla. Een prachtige schelp, helemaal glad maar met een heel gecompliceerde vorm.” Deze zeeslakkensoort, ook wel bubble conch genoemd, zit in mijn Bali-verzameling. Aan het strand van Patas vond ik een klein, tamelijk gaaf exemplaar van deze schelp (zie foto’s naast het portret van Vermeij). Op de vraag waar Vermeij de mooiste onderwaterwereld ‘zag’, zei hij zonder al te veel twijfel: “Palau”.

Sindsdien krijg ik die bestemming niet meer uit mijn hoofd... Als fervent snorkelaar en schelpenverzamelaar kan ik de aanbeveling van zo’n deskundige niet negeren. Reizen is verslavend.

Zo verging het mij ook met een van de reisbestemmingen tijdens onze eerste wereldreis. Enige tijd daarvoor ontdekte ik in Londen ‘FIJI Water’ in een winkel om de hoek van mijn kantoor. Het water zat in een vierkant flesje, met een tekening van vogels, een waterval en tropische bloemen die je door het water heen kon bekijken. Dat flesje smaakte naar meer! Het stond dagelijks op mijn bureau en deed mij dagdromen. In de pauzes, welteverstaan.

In 2006 bezochten we de Fiji-eilanden die in Oceanië liggen. Het werd een indrukwekkend verblijf. Met gemengde gevoelens. Zo wandelden wij in de Yaqara Valley waar FIJI Water vandaankomt en zeilden we naar de Yasawa-eilanden waar ik tot nu toe de mooiste snorkeluren van mijn leven doorbracht. Ik zag daar zacht en hard koraal van ongekende kleuren en veel relatief grote tropische vissen. Maar ik ontdekte ook dat op de hele eilandengroep groot gebrek aan schoon drinkwater is… Mijn oren suisden van die informatie. Hoe kan dat nou?! Het zat zo: de Amerikaanse eigenaren van de FIJI Water Company sloten met corrupte militaire leiders van het land een lease-contract af om het water tegen uitzonderlijk gunstige belastingvoorwaarden voor 99 jaar te exploiteren. Tja.

Moet je dit soort reisoorden dan boycotten? Ik ben een andere mening toegedaan. (Bovendien vraag ik mij stiekem af of er nog wel een reisbestemming overblijft?!) Ook als toerist kan ik niet onverschillig zijn. Buitenlander ≠ buitenstaander. Op Viti Levu sponsorden we een opvanghuis voor vrouwen en hun kinderen, slachtoffers van huiselijk geweld. Onze aardbol is mooi maar de wereld die we erop creëerden blijkt hier en daar nogal lelijk…

Niet gehinderd door de Fiji-ervaring, zocht ik het een en ander uit over Palau. De democratische republiek Palau blijkt een Micronesische eilandengroep te zijn, midden in de Stille Oceaan. Ik onderzocht hoe je er kunt komen vanuit Bali. Koror, de hoofdstad van Palau, ligt op circa 2.700 kilometer afstand van Denpasar. Zo dichtbij dat je het van hieruit bijna kunt aanraken?! De snelste reisroute neemt echter 25 uur in beslag... Adu! Ik kan één ding verklappen: Palau wordt niet de bestemming voor mijn liefje’s aanstaande verjaardagsfeestje. Wordt ooit vervolgd - met dank aan professor Vermeij.


vrijdag 1 juli 2011

Ons domein

Het moet er maar eens van komen: schrijven over het feit dat onze villa in Noord-Bali te koop staat. Dat is voor de meeste lezers geen verrassing. Op mijn weblog staat al enige tijd een link met info en foto’s van ons domein.
Waarom iemand uit vrije wil een prachtige strandvilla met gastenhuis, zwembad van semi-Olympische afmetingen en een bloeiende tropische tuin direct aan de Indische Oceaan gaat verlaten? Het antwoord kent een lange en een korte versie. Ik geef hier de korte.

Eind 2007 besloten we tot aankoop van grond in Bali. Na inspectie van de locatie, overleg met een ontwerper van tropische villa's, een Balinese architect en een Nederlands-Indische makelaar annex bouwer werd het project gestart. De constructie ving in de loop van 2008 aan.
In dat jaar voelde mijn liefje zich kerngezond maar in 2009 bleek zij ziek: op de dag dat wij naar Bali zouden vliegen voor de geplande oplevering en overdracht van de villa, lag zij op een Spaanse operatiekamer om van een kwaadaardige borsttumor te worden verlost. Deze ervaring veranderde veel in onszelf, in ons (samen)leven en in onze manier van denken en doen... De regelmatige lezer weet dat zij voorspoedig herstelde. Ze voelt zich thans senang en is zeer energiek.

Sindsdien willen wij beiden geen gedoe meer.
Dat je gedoe krijgt als (Westerse) huiseigenaar in een Aziatisch land, zal niemand verbazen. Als vakantieganger ervaar je dat geenszins. Bali is een van de welvarendste provincies van de Indonesische archipel maar het eiland van de goden is tegelijkertijd een ontwikkelingsland... Wij bereidden ons gedegen voor op grote culturele en economische verschillen, waren politiek aardig op de hoogte en toch waren we niet voorbereid op de dingen die gebeurden. De meeste mensen die wij hier kennen, nemen het gedoe op de koop toe. Wij niet, of beter gezegd: niet meer. Dat is ieders keuze. Diegene die hierover meer wil lezen, moet maar terugbladeren naar de blogs die ik in de loop van de jaren schreeft over wonen op Bali.

Daarbij kwam ik tot een, voor mij persoonlijk verrassende conclusie: ik voel mij nog tè reislustig om langdurig op één adres te wonen! In een ballorige bui zeg ik dat ik te jong ben om “achter de geraniums te zitten”. Als eigenaar van een tropische villa en als 'baas' van personeelsleden voel ik mij minder vrij dan wenselijk...
In Spanje trek ik de deur achter mij dicht en ga ik. Hier niet. Onroerend goed en personeel in de tropen vragen namelijk regelmatig veel onderhoud. Mijn liefje en ik besteden daaraan veel tijd maar dat gaat ten koste van mijn (en onze) diep gekoesterde behoefte aan vrijheid.

Mijn belangrijkste doel nu is gelukkig blijven en heel oud worden met mijn liefje. De definitie van persoonlijk geluk is voor mij tamelijk simpel: het leven leiden dat het best bij je past. Dat is in ons geval zonder (al te) veel zorgen.

Om deze redenen staat ons fraaie domein aan de Balizee te koop. Na de verkoop zullen wij permanent naar Spanje terugkeren; naar ons tweede Vaderland, met Europese verworvenheden en eersteklas gezondheidszorg om de hoek. Tot die tijd genieten we volop van onze tropische woonomgeving.

We namen nóg een beslissing: tot aan het moment van verkoop zal onze villa beschikbaar zijn voor verhuur. Niet persé voor korte maar vooral voor langere perioden (minimaal een maand); specifiek voor mensen die een sabbatical nemen en enige tijd in luxe en comfort op Bali wensen te verblijven. Het noorden van het eiland is rustig en groen, net als onze woonomgeving. Die is uitermate geschikt voor mensen die willen schrijven, schilderen, mediteren, de complete (huis)bibliotheek willen lezen of eenvoudigweg de koude wintermaanden willen overbruggen. Mensen met reuma- en artroseklachten zullen zich hier in alle seizoenen goed voelen.
Huren voor langere tijd is ook goed voor mensen die zich nader willen oriënteren op Azië en een nieuwe leefomgeving willen onderzoeken in de tropen. Bali is namelijk niet alleen hot als vakantieland maar ook als oord om van het pensioen te gaan genieten.

Medio october gaan wij de eerste Nederlandse overwinteraars verwelkomen in onze villa. Zij zullen hier tot eind februari 2012 verblijven. Vanaf maart volgend jaar zal het huis dus weer beschikbaar zijn voor verhuur door derden. Ik lees het graag als je zelf interesse hebt maar vertel het vooral ook door aan vrienden en bekenden. We hanteren alleszins redelijke verhuurprijzen. Sampai jumpa!



dinsdag 28 juni 2011

Assepoetser

Over 10 dagen keert Ketut huiswaarts. Zijn tijd als medewerker aan boord van het 5-sterrencruiseschip Regent Seven Seas Navigator zit er dan op. Het waren voor hem en zijn echtgenote acht lange, moeilijke maanden. Hij zal vanuit Canada via de kortste route (Taiwan) in circa 24 uur naar huis vliegen. Dat zal de eerste vliegreis van zijn leven worden. Doordat hij slechts één contract uitdient, moet hij dat vliegticket zelf betalen van zijn Amerikaanse werkgever. Ik begrijp het maar keur het toch af: daar gaat weer een zuurverdiend maandsalaris!

Het hoge werkeloosheidspercentage op Bali speelt een belangrijke rol bij de beslissing om te gaan varen. Balinezen spreekt 'het grote geld' aan dat werken aan boord van een toeristenboot met zich meebrengt; dat is niet verwonderlijk. Maar Ketut had een baan en bovendien een vrouw en 2 kinderen. Toch ging hij, met name omdat zijn oudste broer die baan een goed idee vond. Die broer heeft de diepste zakken van de familie...

Ketut verdiende aan boord circa $800 per maand en dat is naar verhouding een grote som geld. Hij zou dus wat aan dit avontuur moeten kunnen overhouden... Op Bali wordt veel gegokt, al is dat illegaal. Ik ken lokalen die gokverslaafd zijn en hun familie veel leed bezorgen. Geen landcertificaat of brommerbewijs is veilig in hun handen: zo’n eigendomspapier is een stevig onderpand voor de bank. Het geld dat ze in ruil krijgen, wordt vervolgens ingezet bij het gokken. Als ze verliezen, heeft dat vaak rampzalige gevolgen: landverlies, uithuiszetting, zware afbetalingsbelasting van onschuldige familieleden. Ketut zelf gokte tot nu toe niet, in tegenstelling tot enkele van zijn familieleden. Ook hij zag de ellende van zeer dichtbij. Hij is een gewaarschuwd man. Ik hoorde zelfs verhalen van personeelsleden die hun complete maandsalaris aan boord van een cruiseschip onder elkaar vergokten en weer net zo blut thuiskwamen als toen ze aan boord gingen.

Elsa loopt sinds enkele weken weer glimlachend rond en ook Yudha spreekt regelmatig over zijn vader die volgende maand thuiskomt. Peuters begrijpen nog niet veel van tijdsduur maar mijn zelfvervaardigde aftelschema deed zijn werk: de dagen van drie maanden werden afgekruist (door Elsa) en Yudha plakte stickers op zijn dagen in het kinderspeelparadijs aan de Balizee.
De kleine jongen miste zijn vader weliswaar maar vergat hem niet. Daarvoor zorgde ook de lijst die ik vulde met een foto van zijn zwaaiende vader, waarmee hij soms in slaap viel... Zoonlief stak hele verhalen tegen zijn ingelijste vader af. We soppen de foto wekelijks af want hem aanraken en kussen doet hij ook. Vanaf morgen gaan we samen een mooi welkomsknip- en plakwerkje voor bapak fröbelen.

We gaan Ketut met ons allen in een grote bus van vliegveld Denpasar ophalen. Persoonlijk ben ik oprecht blij dat Ketut @ Sea zijn zeebenen inruilt voor werken aan de wal. Tuinman Nummer 4, tevens Ketut geheten, is en blijft Hoofd Tuinbeheer. Beide heren zijn goede chauffeurs en die taak gaan ze delen. De verloren zoon (alias kleine Ketut) gaat zich met onderhoudsprojecten bezighouden. Er is immers constant veel te doen in en rondom een tropische villa.

Onlangs ontdekten we hier een coating voor natuursteen. In het huis en op de terrassen ligt een crèmekleurige natuursteen die hier 'paras putih' wordt genoemd. Het is een fraaie maar -bij nader inzien- enigszins poreuze steensoort van Balinese origine die extra bescherming tegen regen goed kan gebruiken. We schaften een pot aan en behandelden enkele buitentegels met het transparante goedje. Niet met het gewenste resultaat; de witte tegel verkleurde teveel naar mijn zin. Die coating blijkt beter geschikt voor 'paras hitam' (zwart natuursteen) die op enkele andere plaatsen in ons huis ligt. We zochten verder en vonden een andere transparante coating die ik uitprobeerde. Die bleek een schot in de roos.

Zwoegend op mijn blote knieën en in lompen gehuld, waande ik mij net Assepoester. Inclusief boze stiefmoeder! Die keek namelijk vanuit de hoogte op mijn werk toe, gezeten in een comfortabele stoel met een Bintang in de hand... Ik, Assepoetser-Parassepoetser, hield mijn flipflops stevig aan mijn voeten. Je weet tenslotte maar nooit wie het verdwaalde muiltje komt terugbrengen?! Ketut is degene die het vele poetswerk zal afmaken. Het wachten is op hem en hem alleen.



vrijdag 24 juni 2011

Vrouw van Atlantis

Gisteren snorkelden we in Menjangan. Het was bijzonder rustig qua bezoekers terwijl de zomervakantieperiode in andere delen van de wereld toch al ruimschoots is aangebroken?! Toen ik de schipper ernaar vroeg, zei hij dat het door de golven op zee kwam... Ik zag wel dat de Indonesië-vlaggen op de vissersboten die naar de overkant varen, strak in de wind stonden. Maar tegelijkertijd zag ik kleine schuimkoppen op het water. Dat ligt hoogstwaarschijnlijk aan mij: ik verbleek niet gauw bij hoge golven!

Eenmaal te water was er veel te zien. Zolang je horizontaal ligt, is er niets aan de hand. Zodra je verticaal gaat, klotsen golven met enige regelmaat in gezicht en snorkelpijp. Zelf vind ik dat geen probleem maar mijn liefje kreeg er snel genoeg van. Zij zwom terug naar het -witte- strand waar ze (dode) schelpen raapte. Ze vond jonge, fossiele Nautilusschelpen waarop je de logaritmische spiraal goed kunt zien. En het betrof een grote fossiele doopvontschelp die ze van de gids mocht meenemen. Die gaat dienstdoen als zeepbakje in de logeerbadkamer.

Met haar veilig aan wal, snorkelde ik nog even verder. Ik voel mij als een vis in het water en geniet met volle teugen van zo’n uitje. Op dat soort momenten overkomt mij een intens gevoel van geluk. Ik nam veel vissen waar, constateerde een grote variëteit en zag bovendien veel grote exemplaren. Ik zag vele kleuren koraal, veel levende doopvontschelpen en levende conussen. Ook zag ik een paar verschijningsvormen en soorten vis die nieuw voor mij waren: een donkerpaarse papagaaivis met een knalrode bek met daaromheen een signaalblauwe rand, een kleine rood-oranje-gele vis met een mathematisch rechthoekige rugvin, een azuurblauwe middelgrote vis met lichtbruine stippen en strepen, een echte snuit en een waaierstaart. In eerste instantie dacht ik bij die laatstgenoemde vis dat het een soort lion fish was (koraalduivel). Oppassen geblazen, dus. Het dier verschool zich onder een koraalplateau maar door een kijkgat zag ik het goed, als in het vizier van een camera. Mooi was het.

Ik denk dat het onderwaterzicht tenminste 30 meter was. Er was bovendien geen plastic zak te bekennen. Joehoe! Wel waren er overal duikers die uit de diepte opdoemden. Op enig moment, terwijl ik boven een koraalplateau hing, omringden grote zuurstofbellen mij. Het voelde als een full-body massage en ik wentelde mij erin. Er zwom kennelijk een groepje duikers in een grot onder mij?! Een enerverende ervaring waar geen spa tegenop kan.

We lunchten bij Mimpi Resort dat aan een baai van het Bali Barat National Park ligt, op circa 10 minuten rijden van de aanlegsteigers van Menjangan. Het is een boutique hotel met een mooi gelegen, goed restaurant. We dronken er een vakantiedrankje als aperitief en ik smulde van dooie inktvis met klassieke, versbereide tartaarsaus. Calamarisringen zodanig bereiden dat ze supermals en heet op tafel komen, is geen sinecure. Hier lukte het. (Veel Spaanse restaurants of tapasbars kunnen dat ook!)

Midden 70'er jaren was er op de Nederlandse TV een serie die 'De man van Atlantis' heette. Patrick Duffy speelde in die serie de hoofdrol, als overlevende van het Koninkrijk Atlantis. Zijn lichaam spoelde na een zware storm aan de kust van Californië aan en werd gevonden door een oceaanwetenschapper. Hij bezat kieuwen in plaats van longen en tussen zijn tenen en vingers zaten vliezen. Hij kon heel hard zwemmen en extreem lang onder water blijven. In de serie was hij een vechter tegen het kwaad dat oceanen bedreigt. Ik volgde de serie gebiologeerd. In die tijd was ik al in bezit van alle mogelijke zwemdiploma’s, deed aan wedstrijdzwemmen en schoonspringen, gaf zwemles aan kinderen en was al jaren geen practiserend katholiek meer. Die laatste opmerking slaat ogenschijnlijk nergens op gezien de context, maar toch schrijf ik dit bewust. Ik 'bad' namelijk op eigen wijze voor natuurlijke zwemvliezen, net als Patrick... Niet tot God maar tot de godin van de zee. Het mocht niet baten.

Het verloren continent Atlantis heeft mij altijd geïntrigeerd. Het zou zijn bevolkt door een geavanceerde beschaving en volgens sommige wetenschappers zou deze beschaving de voorloper zijn van onze huidige beschaving. Jaren geleden kocht ik het boek 'The Atlantis Blueprint – Unlocking the mystery of a long-lost civilisation' door Rand Flem-Ath en Colin Wilson. Deze week las ik het uit. Ik vond het uitermate boeiende lectuur met zeer interessante hypothesen. Het komt in het kort op het volgende neer: 100.000 jaren geleden bestond er een wereldwijde maritieme beschaving. Deze mensen van Atlantis zijn verantwoordelijk voor de bouw van religieuze gebouwen over de gehele wereld, als Giza, Machu Pichu, Jerusalem, Lhasa, Carthago, Luxor, Angkor, Quito, Rosslyn en ga zo maar door. Die liggen allen langs strict geometrische lijnen op de wereldkaart en dienden als bakens voor deze intelligente oceaanvaarders. Atlantis is vergaan door een immense natuurramp die ze voorzagen. Ik vond de zoektocht van de heren degelijk en overtuigend. Ze menen dat Atlantis onder de westelijke ijskap van Antarctica ligt. Mijn zwemvliezen bevriezen accuut bij de gedachte aan die plek!


woensdag 22 juni 2011

Van de razende reporter

Altijd schrijf ik mijn eigen blogs maar deze keer maak ik een uitzondering. Ik trof namelijk een interview aan over Coba Baca, de openbare bibliotheek van Lovina. Coba Baca is Indonesisch voor 'proberen te lezen' maar Coba is ook de naam van de oprichtster. De vaste lezer weet dat mijn liefje en ik daar op zondag vrijwilliger zijn. Het interview werd in het Nederlands afgenomen maar het zal worden uitgezonden in het Indonesisch. De uiteindelijke vertaling is -dus- van eigen hand, met hulp van Google Vertaal. Op voorhand bied ik excuses aan voor het eventueel foutief vertalen. Het is op moment van vertalen nog niet duidelijk wanneer Radio Nederland Wereldomroep Indonesië het interview zal uitzenden dus houd het in de gaten! Hierbij alvast de tekst.

‘Wil je boeken lenen in het Indonesisch, Nederlands of Engels? Of wil je een cursus dansen volgen? Alles is mogelijk bij de openbare bibliotheek Coba Baca in Lovina (Noord Bali). De oprichtster van de stichting met dezelfde voornaam is Coba Maas-Kewilaa, een vrouw van Molukse afkomst die in Nederland werd geboren.

Coba en haar Nederlandse echtgenoot (Peer) wonen inmiddels zes jaar in Bali. Van huis uit zijn zij erg begaan met het lot van de medemens. Toen zij een nieuw leven in Indonesië gingen leiden, raakten zij in eerste instantie betrokken bij de activiteiten van een weeshuis in Singaraja. Daar ontdekten zij de liefde voor kinderen en werden zij zich vooral bewust van de behoeften van Balinese kinderen.

Coba ontdekte dat Balinese kinderen dol zijn op lezen maar ze hebben het geld niet om boeken te kopen of te lenen. Zo ontstond het idee voor de oprichting van een bibliotheek. Dromen komen uit! De stichting Coba Baca startte twee jaar geleden met haar activiteiten en inmiddels zijn een bibliotheek en een studiecentrum opgezet die cursussen verzorgen.

De huidige bibliotheek beschikt over een collectie van meer dan 5.000 boeken. De meerderheid van de boeken is in de Indonesische taal maar er zijn ook talloze boeken in het Engels en Nederlands. Lokale mensen die zich de contributie niet kunnen veroorloven, kunnen te allen tijde boeken lenen omdat de bibliotheek gebruik maakt van sponsors. Die komen meestal uit het buitenland en zijn van mening dat dit project belangrijk genoeg is om te steunen.
Omdat de bibliotheekabonnementen niet duur zijn, wordt echter weinig gebruik gemaakt van sponsoring: kinderen tot de leeftijd van 18 jaar betalen maximal Rpi 15.000 per jaar (€1.20). Iedereen kan twee boeken per week lenen. Volwassenen (vanaf 18 jaar) betalen Rpi 30.000 per jaar. De bibliotheek heeft bijna 1.000 leden. De Balinezen zijn erg enthousiast over Coba’s projecten.

Veel mensen reageerden oorspronkelijk niet positief op het idee om een openbare bibliotheek op te zetten. Er bestond niet bepaald een traditie om boeken terug te brengen... “Maar ja, de functie van een bibliotheek is nu eenmaal om boeken (uit) te lenen.” Aldus Coba. De praktijk bleek niet zo slecht als gedacht. De meeste boeken worden netjes teruggebracht.

In het Noorden van Bali wonen en komen veel buitenlanders. Ook zij kunnen zonder meer lid worden van de bibliotheek. Zij moeten echter een hogere contributie betalen dan lokale mensen (te weten €8 per jaar). Hun geld wordt gebruikt voor bijlessen Engels die gratis aan lokale kinderen en volwassenen worden gegeven. Een deel van die contributie wordt tevens gebruikt om extra bibliotheekdoeleinden te financieren. Naast cursussen Engels biedt Coba Baca ook taalcursussen in het Nederlands, Indonesisch en Japans.

“We willen de bibliotheek verder ontwikkelen, met name waar het cursussen betreft. Beneven de functie van bibliotheek wil de stichting Coba Baca ook een studie- en cultureel centrum zijn. ” Aldus Coba. Zij wil ook graag het gebouw uitbreiden. Tot nu toe worden alle activiteiten (zoals kindertheater, streetdance, Balinese traditionele dansen) uitgevoerd in het bibliotheekgebouw.

Teamontwikkeling is ook een belangrijke doelstelling van de stichting. Neem bijvoorbeeld Mulianing, de voorzitter van de stichting. Zij geeft Engelse les aan de leerlingen van de basisschool maar ze verzorgt ook de lessen streetdance en kindertheater. Naast haar is Phoebe actief. Zij is penningmeester van de stichting. Zij verzorgt de computerlessen, geeft freubel- en gitaarles en zorgt daarnaast voor tal van andere stichtingsactiviteiten. Zo’n klein team is in staat tot grote dingen.’

Tot zover het interview. Ik ken de twee genoemde jongedames persoonlijk en ben zeer onder de indruk van hun deskundigheid, creativiteit en toewijding. Op de foto is Phoebe te zien die de knutselklas leidt. Het is elke zondag een feestje om in de bieb met hen aan de slag te gaan. Coba Baca vervult een heel belangrijke lokale functie. Daarom is het goed dit project financieel te steunen. Er zijn hier immers nog zovele dromen te verwezenlijken.

maandag 20 juni 2011

Koraalridders

Op 5 juni jongstleden, World Environment Day, werd de Indonesische Kalpataru-onderscheiding uitgereikt aan de Balinese eco-activist Wayan Patut. Hij werd daarmee officieel gelauwerd als redder van het milieu. Deze man, die voorheen koraal hakte voor gebruik in de bouw en wier collega’s visten met gebruikmaking van explosieven, is al jaren actief in het herplanten en restaureren van koraal rondom zijn geboorte-eiland Serangan (ten Zuiden van Sanur). Met collega’s plantte hij daar inmiddels meer dan 35.000 koralen en herstelde daarmee zo 3 (van de 5) hectare verwoeste oceaanbodem.

In 1997 zorgde El Niño wereldwijd voor een verhoging van de temperatuur van oceaanwater waardoor onder andere veel Balinees koraal verbleekte en doodging. De gevolgen leken rampzalig. Het tij lijkt te keren... Een recent onderzoek van Conservation International bevestigt dat het goed gaat met de koraalriffen rondom Bali. Een team van wetenschappers onderzocht 33 duikplekken rondom het eiland en verbleef 350 uur onder water.

“The ratio between live and dead coral is [now] seven to one. This is remarkable” volgens de directeur van Conservation International Indonesia Ketut Sarjana Putra. “The coral has recovered strongly thanks to the ocean’s good upwelling system that brings lower temperature currents to the surface”. Het koraal rondom Bali lijkt goed bestand tegen klimaatverandering. Het percentage levend koraal verdubbelde sinds 1997. In Menjangan was de koraaldekking toen circa 15% maar nu 50%. Tien à 15 jaar geleden was het koraal in Amed zwaar beschadigd; er was toen sprake van een dekkingsgraad van slechts 10%. Ook daar blijkt het precentage te zijn gestegen naar 50%.
Het team trof 393 soorten koraal aan, waaronder twee nieuwe soorten in Padangbai en Amed: Euphyllia and Isopora, gevonden op 40 meter diepte. Een van die nieuwe koraalsoorten, bubble coral, is opgenomen in het foto-overzicht (eerste foto, linksboven) dat afkomstig is van Conservation International.

Topwetenschappers die onderdeel uitmaakten van het onderzoeksteam telden tevens het aantal soorten tropische vissen dat zij onder water aantroffen: het bleken er 952, waarvan 8 nieuwe soorten die nergens anders op de wereld voorkomen. Ze werden aangetroffen in Pemuteran, Gilimanuk, Tulamben en Nusa Dua.

Dat zocht ik uit. Het betreft een nieuwe soort straalvin (Stephanolepis), twee soorten kardinaalvis (Apogon en Siphamia; 1 en 10), een soort zeegrondel (Grallenia; 2), een soort kongeraal (Heteroconger; 3/4), twee soorten dwergzeebaars (Manonichtys en Pseudochromis; 5/6 en 9), een soort lierstaartblennie (Melacanthus; 7) en een nieuwe soort zandbaars (Parapercis; 8). Een beetje aquariumnerd loopt het water nu in de mond! Ik snorkelde in alle genoemde Balinese wateren, behalve rondom Nusa Dua. Zelf aanschouw ik tropische vissen en koralen het liefst in open water.

Maar niet alles in de Marine Rapid Assessment Program Survey 2011 stemde optimistisch. In de wateren rondom Bali werden tevens enorme hoeveelheden plastic afval aangetroffen die koraal ervan weerhouden tot fotosynthese over te gaan. Dat proces is nodig om licht te kunnen omzetten in zuurstof dat koraal in leven houdt.

“In many sites, we found litter and mud fouling the reef as well as abandoned nets tangling the corals,” aldus Sarjana. Vooral Sanur, Melaya en Candidasa zijn in dat opzicht probleemgebieden. De onverschilligheid jegens het milieu en het gebrek aan afvalbeheer op Bali is mij al lang een doorn in het oog. Ik mopperde al bloggend dan ook al vaak over het kwaad dat plastic heet.

Deze week ga we nog één keer snorkelen in Menjangan voordat we naar Spanje afreizen. In het droge seizoen, als de monsoon niet heerst, kun je onder water minstens 50 meter ver kijken. Dit snorkelparadijs was voorheen beroemd om zijn rode rifplateaus maar die zijn er naar mijn weten niet meer. Wel vind je nog steeds grote hoeveelheden gorgonen (zacht koraal) die tegen de steile wanden op de stroming meebewegen. Eens kijken wat ik er deze keer aantref. Het vorige snorkeluitje was met Saskia en Kirk, in het regenseizoen.
Ik zag er toen voor het eerst grote hoeveelheden plastic onder water drijven. Geen fijn gezicht, het materiaal was soms letterlijk 'in my face'. Ik vroeg de gids van het nationale park waar dat afval vandaan kwam. Volgens hem kwam het met de stroming mee uit Java. Een bekende reactie. Volgens Balinezen komt overlast per definitie daar vandaan. Ik weet beter: er zijn (tè) weinig Wayan Patuts op Bali!


vrijdag 17 juni 2011

Maanziek

Deze week maakte een groot deel van de aardbewoners een complete maansverduistering mee maar die ging geheel langs mij heen. Een unicum. Doorgaans ben ik van dit soort bijzondere natuurverschijnselen op de hoogte. Jammer, want de eclips was goed zichtbaar in Zuid-Oost Azië. Balinezen geloven dat je blind wordt als je ernaar kijkt. Ik had het heel graag willen zien!
Hier geen rode gloed maar beelden in zwart, wit en grijs. Het is opmerkelijk dat ik op diezelfde avond voor het eerst in tijden weer eens foto’s van de maan maakte omdat het zo’n mooi gezicht was?! Noem het intuïtie. Als ik langer buiten was gebleven, had ik de maan zonder twijfel zien verduisteren. Het was immers een heldere, sterrenrijke avond. Al was ik geen getuige van het fenomeen, toch plaats ik enkele maanfoto’s bij dit blog. Kun je zien hoe mooi die hier door de bomen scheen.

Ik surfte de ochtend erna naar goede foto’s van het verschijnsel op het web. Als amateur-fotograaf kan ik genieten van een mooi shot. Van het een kwam het ander. Op een Indiase portal over astrologie trof ik informatie over de effecten van deze maansverduistering op de sterrenbeelden. Bij mijn sterrenbeeld trof ik de volgende (on)wijsheden aan:

'It’s safe to give up control to your partner for a short while this month. Take time to listen. Your independence will suffer very little. This eclipse can bring secret problems for the people of this sign. As a result, it can bring a boost in expenditure.'

Mijn partner de volledige controle over muzelluf geven? Dankjedekroepoek - zelfs niet voor twee weken! Ik houd zielsveel van haar maar er zijn grenzen. Voornoemde secret problems zouden tot een toename in mijn uitgavepatroon leiden. Dat klinkt al veel aannemelijker. Het geheime reisplan voor mijn liefje’s aanstaande verjaardag was namelijk een rib uit mijn lijf (maar het mag wat kosten).
De maansverduistering zou voor haar sterrenbeeld niets dan goeds inhouden:

'It would be favorable for the achievement. With the effect of the eclipse all good works will be accomplished.'

Astrowriter leek het bij het rechte eind te hebben. De volgende ochtend riep zij mij heel vroeg uit bed. Zij staat doorgaans eerder op dan ik. Met opwinding in haar stem meldde ze dat ze dolfijnen uit de Bali Laut zag opspringen. Ik schoot overeind, verrekte daarbij een spier in mijn linkerbovenarm maar hield de verwensing binnensmonds. Er waren immers dolfijnen voor ons huis te zien; dat zou een prachtig begin van de dag zijn!

Ze stond op de zwembadrand, met de verrekijker voor haar ogen. “Het zijn kleintjes en ze springen uit het water omhoog.” Dat zou goed kunnen want buurstadje Lovina is wereldberoemd voor dolphin watching bij zonsopgang. Bijna elke ochtend zien we grote groepen toeristen in traditionele vissersboten op zee. In deze wateren stikt het namelijk van de garnalen en die trekken al jarenlang een vaste groep wilde dolfijnen aan. Zelf ben ik geen voorstander van het massaal achtervolgen en opjagen van deze dieren. Ik bekijk ze graag, maar liever op gepaste afstand.

Ik keek over het water uit en zag een visserboot met geplons aan de boeg. Ik wachtte netjes mijn kijkbeurt af. Toen ik de verrekijker eindelijk ter hand mocht nemen, zag ik inderdaad water rondom de punt van een grote jukung opspatten. Ik tuurde maar zag geen grijs lichaam boven water komen. Op geen enkel moment. Wel opspattend boegwater, telkens als de rechter drijver van de boot het water raakte. Voor de zekerheid drukte ik mijn SLR-camera met telelens enkele keren af. Mijn liefje drentelde heen en weer. “Ik kan ze zelfs met het blote oog zien!” Het werd met de minuut gekker: zij is namelijk bijziend, draagt een bril voor veraf…

We besloten naar de zeewal te lopen om beter te kunnen zien. Ik gaf de verrekijker terug en liep solidair mee de tuin in. “Het is de eerste keer dat ik ze met eigen ogen zie dus ik heb een wens gedaan.” Met mijn blote oog zag ik geen dolfijn(en). Ik was ervan overtuigd dat de drijver van de vissersboot het water deed opspatten. Ik zei niets, wilde haar plezier niet vergallen. Ik liep terug naar het terras, checkte mijn opnamen en wist het zeker: geen zeezoogdier te zien maar de legger van een Balinese prauw.
Na een kwartiertje kwam mijn liefje geheel ontnuchterd het huis binnengelopen. “Het waren geen dolfijnen. Het was de boot.” Kasian. Zij was er zelfs een beetje mies van…

Als pleister op de wonde neem ik hier een foto op van een eerdere ontmoeting van mijn liefje met een wilde dolfijn. Eentje die ze bijna kon aanraken. We waren aan de westkust van Australië, bij de plaats Monkey Mia. Ook daar kwam op de meeste ochtenden een groep wilde dolfijnen naar de kustlijn om zich van dichtbij te laten bewonderen. Zij deden het op hun voorwaarden. Wij voelden ons verkozen.



dinsdag 14 juni 2011

Jonas in de Wallevis

Een mens is nooit te oud om vooruit te kijken. Alhoewel we nog niet eens aan de terugreis naar Spanje zijn begonnen, denk ik alweer aan daarop volgende reizen. Na de aanstaande vlucht naar Spanje zal weer een terugreis naar Bali volgen. De maand daarna zullen we een verrassingstrip naar elders maken. Mijn liefje zal dan namelijk een bijzonder memorabele leeftijd bereiken. Die reis is inmiddels geboekt maar de bestemming houd ik zo lang mogelijk geheim. We blijven in Azië; dat is echter groot genoeg om de verrassing voorlopig in stand te houden.

Mijn liefje sloeg haar reismap onlangs open en stelde vast dat we in dit kalenderjaar 18 vliegreizen zullen maken. Dat is weliswaar geen record maar wel een groot aantal. (Toen ik nog werkte, vloog ik soms een paar keren per week.) We hebben vele bomen te planten ter compensatie maar dat is geen enkel probleem met een eigen tropische tuin. Vorige week plantten we hier tenminste tien jonge bomen!

In october 2011 zullen we vanuit Bali naar Australië reizen. We gaan niet op vakantie, we gaan daar drie maanden wonen. We bezochten dat immense continent al enkele malen, telkens tot groot plezier van ons beiden. We gaan onze Australische vriendinnen Claire, Julie en hond Lucy -die ik als puppy met de bijnaam Furry Princess doopte- in Sydney weer bezoeken. De dag na aankomst is de hond jarig dus dat zal het eerste gezamenlijke feestje worden.
Voor de periode erna hebben we een huisje gehuurd ten noorden van de hoofdstad, aan de kust van New South Whales (opzettelijke typefout). We gaan naar een kleine maar stemmige kustplaats waar we veel hopen te gaan fietsen, wandelen, zwemmen, zonsopop- en ondergang kijken, verse vis eten aan de pier en boodschappen doen bij Coles en Woolworths.

Ik kijk uit naar dat verblijf aan de Australische oostkust. Niet in de laatste plaats omdat ik daar wederom walvissen zal gaan aanschouwen. Mijn ideaal was (en is) om ooit op een Whale Watch-reis-om-de-Wereld te gaan en al die plekken en de desbetreffende zeezoogdieren met eigen ogen te zien. In 2009 fröbelde ik voor dat doel een wereldkaart in elkaar met daarop de beste plekken. Daaraan was ik wel een tijdje bezig maar dan heb je ook wat:


De Sydney Morning Herald heeft in hun 'Environment'-bijlage een vaste rubriek met artikelen over de walvismigratie rondom Australië. Die zal ik vanaf nu gaan volgen. De eerste walvissen zijn er gespot: de grote walvistrek vanuit Antarctica langs de westkust van Australië kwam inmiddels op gang. Jaarlijks zwemmen daar circa 30.000 bultruggen (humpback whales) langs.
In en rond de haven van Sydney verwacht men dit seizoen 4.000 exemplaren te spotten, 10% meer dan vorig jaar. Bultruggen trekken noordelijk, richting warme wateren van Queensland voor de geboorte van hun kalveren. De start van het seizoen werd daar op ludieke wijze gevierd met Jonas in de Wallevis. Net zoiets als Nederlanders doen als de eerste nieuwe haring is gespot maar dan anders! De Sydneyzen verwachten het hoogtepunt in juli.

Ook noordelijker langs de Australische oostkust werden de eerste bultruggen reeds gespot. Men vond het een vroege start van het seizoen; als het dan ook maar niet vroeg eindigt... Dan kan het namelijk zijn dat er in october-november geen walvis meer is te zien voor de oostkust?! De bultrugpopulatie is daar naar verluid met 11% toegenomen tot 15.000. Dat vind ik goed nieuws. Het stadje waar wij tot januari 2012 zullen verblijven, biedt dagelijks excursies aan. Mèt walvisgarantie! Kijk hier voor een voorproefje.

Toch is zeker niet alles koek en ei voor de walvis. Het ging vorige week goed fout aan Europese kusten. Zo spoelden in Engeland een 13 meter lange potvis (sperm whale) en in Schotland 20 grienden (pilot whales) aan. Geen van hen kon worden gered. Het tragische van deze groep kleine walvissen was dat niet alle exemplaren gewond waren. Het zit echter in het sociale gedrag van deze soort om als gezonde dieren hun gewonde soortgenoten niet in de steek te laten ten tijde van nood. Zij lieten zich uit solidariteit met de gewonden mee aan land spoelen.

Op mijn WWW-kaart is te zien dat walvissen sowieso niet in die contreien behoren rond te zwemmen en ook zeker niet nu. In de noordelijke wateren lijkt de migratie ook vroeg te zijn begonnen?! Wetenschappers vrezen dat arctische klimaatveranderingen grote impact zullen hebben op de migratie van zeezoogdieren al kan men nog niet precies aangeven hoe walvissen op termijn op de toenemende temperatuurstijging van het water zullen reageren. Het zijn net mensen: honger noopt tot onvoorspelbaar gedrag.



vrijdag 10 juni 2011

Dove kwartel

Mijn linkeroor werkte de afgelopen week niet naar behoren. Het ene moment hoorde ik een ietsepietsje, het andere moment was er een plop en ging het luik potdicht. Het euvel werd hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door het intensieve dwergwerpen dat wij recent deden. Als Yudha iets leuk vindt, moet het ook uitentreuren worden uitgevoerd! Er kwam (te) veel water mijn oor binnen en in combinatie met oorsmeer werd dat een fikse verstopping. Constipatie van het gehoor.
Getrek en geduw aan mijn oorschelp, blazen met mijn neusgaten dicht of bekken trekken hielpen geen van allen. Het gevoel slechts voor de helft te leven, stoorde mij uiteindelijk dermate dus ik iets moest doen. De eerste actie die ik nam was een theelepeltje extra virgin olijfolie in mijn oor gieten en daarna het gebied eromheen goed masseren. Dit was op aanraden van mijn liefje die doorgaans degene is die last heeft van dichtgeklapte oren. Ik herhaalde deze alternatieve behandeling en spoelde ook met lauw water maar dat bracht geen verlichting.

Ik besloot daarop het pad van zelfhulp te verlaten en deskundige hulp in te roepen. Volgens Elsa kon ik het best naar de THT-arts gaan in Singaraja. Ik ken dat acroniem als ‘Tenminste Houdbaar Tot’ maar nam dat niet persoonlijk… Al snel bleek dat Balinezen hiermee de KNO-arts aanduiden. Daar ik enigszins eigenwijs ben en bovendien vind dat een oor uitspuiten niks bijzonders is, besloot ik eerst maar eens naar de plaatselijke puskesmas te gaan. Op de dag dat ik mijn bezoek plande, houdt daar een echte arts spreekuur.
Een puskesmas is een combinatie van een EHBO-post en een consultatiebureau waar zuigelingen worden onderzocht, waar wordt gevaccineerd en nog meer van dergelijke medische handelingen plaatsvinden. Er zit er een in de Jalan Segara dus ik kon er te voet naartoe. Mijn liefje ging mee om mijn hand eventueel vast te houden al vrees ik artsenbezoek doorgaans niet. (Maar ja, dit is Bali...)

Ik werd door een groot aantal jongedames in witte uniformen opgewacht. Aan personeel is hier nooit gebrek. Eerst moest ik mij melden bij de intake waar ik enkele vragen moest beantwoorden: mijn naam, leeftijd en adres. Daarna werd naar mijn klacht geïnformeerd. Ik: “telinga kiri saya tidak bisa dengar apa-apa (mijn linkeroor kan niets horen) ”. Het staat weliswaar niet in de Wat&Hoe-gids maar ik wist zeker dat het perfect taalgebruik is. De dames giechelden maar dat ben ik inmiddels gewend.

Ik moest Rpi 6.000 (€0.48) betalen, het dubbele (!) van wat een Balinees moet betalen. Ik kreeg er veel voor terug: allereerst werd mijn bloeddruk gemeten. Uitslag: 130/80, dichtbij de ideaalwaarden. Doorgaans liggen mijn bloeddrukwaarden op 120/80 dus die verhoogde bovendruk werd ongetwijfeld veroorzaakt door het witte-uniformeffect. Mädchen in Uniform, met Romy Schneider als het weesmeisje Manuela von Meinhardis die verliefd werd op haar lerares... Oeff.
Een meisje in uniform wees mij naar het kamertje waar de behandelend arts spreekuur hield. Hij kwam mij tegemoet met een mondkapje op. “Waarschijnlijk verkouden”, bedacht ik mij. Vele Balinezen hebben momenteel verkoudheidsklachten. Onze nachtwaker meldde zich bijvoorbeeld ziek en ook Elsa had onlangs last van verhoging. Onze huisapotheek brengt anderen wèl verlichting.

Ik legde wederom uit waarvan ik last had. De arts pakte een kleine metalen trechter en een grote zaklamp waarmee hij in mijn oor scheen. Op zijn instigatie bracht een assistent een tangetje met wattip dat de arts voorzichtig in mijn oor duwde. De prop was te hard, hij en zijn assistant konden niet veel doen. Toen mijn liefje daarop vroeg of mijn oor niet kon worden uitgespoten -waarvoor zij de plastische uitdrukking ‘pres ban’ bezigde- viel er terecht een lange stilte.

Ik kreeg druppels mee met de naam chloramphenicol die ik driemaal daags moest toepassen. De eerste druppels werden behoedzaam toegediend. Toen ik het middel op internet opzocht, ging er een wereld voor mij open. Het is een antibioticum… maar ik heb (nog) geen oorinfectie?! Het wordt gebruikt om ooginfecties te bestrijden… maar het gaat om mijn oor?! Oorspronkelijk werd het medicijn toegepast bij de bestrijding van tyfus... Tyfus?! Het medicijn wordt niet meer gebruikt in westerse landen, alleen nog in ontwikkelingslanden omdat het zo goedkoop is?! En ik las verder:

‘the most serious adverse effect associated with chloramphenicol treatment is bone marrow toxicity, which may occur in two distinct forms: bone marrow suppression, which is a direct toxic effect of the drug and is usually reversible, and aplastic anemia, which is idiosyncratic (rare, unpredictable, and unrelated to dose) and generally fatal.’

Mijn mond viel open. Dat kon ik helaas niet zeggen van mijn oor. Het betreffende flesje ging linea recta de prullenbak in. Net als de 15 veelkleurige pillen die ik zonder verpakking meekreeg. Ik had geen idee wat hun functie is. De apothecaresse deed een ruime greep in grote plastic potten die op de balie stonden. Het leek Jamin wel!

Inmiddels bezocht ik Dr Sumiati, de dokter spesialis in Singaraja. Ik ontmoette een kleine, lieve dikkerd van Chinese origine die goed Engels sprak. Je had het tafereel moeten zien: ze zat aan een soort stalen kaptafel met lades, klepjes, knoppen en electrische verbindingen en zette een soort mijnwerkerslamp op haar voorhoofd. Niks bijzonders, ware het niet dat de kabel van haar hoofdtooi naar de oplader net niet lang genoeg was om helemaal naar mijn linkeroor over te buigen...
Haar lieflijke assistente bracht een hondenvoederbak met lauwwarm water en een heeeeeeeeeeeeeel grote spuit (vond Elsa). Mijn oor werd vakkundig gespoeld en de prop kwam eruit. Daarna werd mijn gehoorgang gereinigd met een soort kolibrisnavel die via een slang aan de kaptafel zat en speciale lucht blies. De rekening -zonder kwitansie- was goed voor 3 flessen rosé. Ik ben een ervaring en een werkend oor rijker!