Translate

maandag 12 december 2016

Ring van vuur en vuil

Indonesië is zeer rijk als het gaat om natuurlijke bronnen: petroleum, ruwe olie, aardgas, kolen, bauxiet, tin, nikkel, koper, goud, zilver en zout zitten op vele plaatsen in de bodem in de gehele archipel.

In de Jakarta Post las ik recent dat de Indonesische minister van Energy & Mineral Resources momenteel werkt aan een wetsbetaling die ervoor moet zorgen dat 10% van de inkomsten uit nieuwe en hernieuwde olie- en gasconcessies in regio X voortaan ten goede komt aan die regio. In 2001 voerde Indonesië regionale autonomie in. Tot nu toe beheert de nationale overheid in Jakarta al dat soort contracten en inkomsten. In de afgelopen jaren ontstonden echter spanningen tussen Jakarta en die regionale overheden. 80% van het regionale budget komt uit de nationale kas dus het is een goed idee om regio’s eigen inkomsten te verschaffen. Deze wet gaat daarin zeker een handje helpen, zolang het geld niet in de zakken van corrupte bestuurders  verdwijnt.

Indonesië staat in de Top10 van 's werelds grootste vervuilers als het gaat om de uitstoot van broeikasgassen dus er moet wel iets gebeuren. In schone bronnen als zonne-energie, hydro-electrische energie (ook uit golven), geothermische energie, energie uit biomassa en uit afval wordt nog relatief weinig geïnvesteerd al heeft dit uitgestrekte eilandenrijk ook op dit vlak veel kansen. President Jokowi maakte groene energie een van zijn prioriteiten maar initiatieven kwamen nog niet op grote schaal van de grond. Onder zijn bestuur werd Rpi 2.1 triljoen voor de ontwikkeling en exploitatie van nieuwe energiebronnen gealloceerd.

In de Bali Advertiser las ik onlangs een interview met vulcanologe Ratih Nurhayati, geboren in Bandung, een stad in West-Java die is omgeven door vulkanen. Op jonge leeftijd raakte zij bevangen door deze vuurspuwers. Heel Indonesië ligt aan de Ring van Vuur, een hoefijzervormig gebied rondom de Grote Oceaan dat met regelmaat wordt geteisterd door veelvuldige vulkaanuitbarstingen, zee- en aardbevingen. Op de afbeelding zie je het grote aantal Gunungs in de archipel. Vorige week vond in Atjeh nog een krachtige aardbeving plaats (magnitude 6.5). Er vielen tientallen doden, heel veel meer gewonden en de schade is onnoemelijk groot. Ook op Bali steekt een draak af en toe de kop op. 

Na de middelbare school ging Ratih een jaar naar Christchurch en Rotorua (Nieuw-Zeeland), het geothermische mekka van het zuidelijke halfrond. In 1995 studeerde zij  af als geologe aan het Technologisch Instituut in Bandung. 

Zij vertelt verder dat de Indonesische overheid pas in 2000 -na de crisis van 1998- weer aandacht kreeg voor schone energiebronnen. In de afgelopen jaren nam het electriciteitverbruik in de archipel met 10% per jaar toe, al hebben 50 miljoen inwoners nog steeds geen beschikking over electriciteit. (Het duurt, naar verluidt, minstens tien jaar voordat een nieuwe energiebron kan worden aangeboord.)

In 1918 was kolonisator Nederland de eerste die een testboring deed in een van Java’s vulkanen. In 1926 werden nogmaals vijf testboringen gedaan bij Kawah Kamojang (stratovulkaan op West-Java). Boring nummer 3 leidde tot de bouw van 's lands eerste station dat geothermische energie opwekt. Die centrale bestaat nog steeds en levert 140 MegaWatt aan schone energie per jaar (operator is PT Pertamina Geothermal Energy). De productie van één MegaWatt geothermische energie kost US$ 1.5 miljoen, vele malen duurder dan 1 MW traditionele energie. De uitstoot van CO2 ligt echter vele malen lager. Men schat in dat Indonesië over 40% van 's werelds geothermische energiereserves beschikt. In 2025 wil het land meer dan 9.000 MegaWatt aan geothermische energie produceren, waarmee het producent nummer 1 van de wereld zal worden.

In een andere krant las ik dat staatselectriciteitbedrijf PLN jaarlijks 100 Megawatt aan electriciteit gaat afnemen bij energiecentrales die afval verwerken, in zeven steden: Bandung, Semarang, Surabaya, Surakarta, Jakarta, Tangerang en Makassar; op Java en Sulawesi. Voor de goede orde: de hoofdstad Jakarta produceert circa 7 miljoen kilo afval per dag. Bij deze vorm van hergebruik snijdt het mes aan twee kanten: de troep wordt opgeruimd en het levert nog iets substantieel op ook! De centrales moeten in 2019 in werking treden. In 2025 wil Indonesië 23% van zijn energievoorziening uit afval halen.

Dat is goed nieuws maar ik vraag mij in alle ernst af waarom Bali’s hoofdstad Denpasar niet in dat rijtje van steden staat?!

In de tijd dat mijn liefje en ik in het noorden van Bali woonden, was plastic afval een zeer regelmatig gespreksonderwerp in Huize Barefoot. In het regenseizoen waren de Balizee en het strand voor ons huis niet om aan te zien. Soms stonden we tot onze enkels in het aangespoelde plastic. Het schadelijke spul wordt vooral door rivieren uit de bergen aangevoerd. Vroeger gebruikte men natuurlijke materialen als kokosnoot en  bananenblad als verpakkingsmaterialen. Met de vooruitgang deed plastic zijn intrede. 

Met Yuda las ik recent het drietalige kinderboek ‘Burung Camar dan Kokokan’ (De zeemeeuw en de ibis). Het is een rijk geïllustreerd, opvoedkundig boek over het enorme plasticprobleem  voor mens en dier dat in de loop van de tijd ontstond op Bali. Dieren vinden geen voedsel meer, mensen hebben een slipper aan hun vislijn; dat soort scenarios. Hij las het verhaal hardop voor in bahasa Indonesia, ik deed dat in het Engels.

In een Australische krant las ik over de kolossale afvalberg, TPA Suwung, in het zuiden van Denpasar. Vanuit de lucht ziet het er uit als een gigantisch grijs rijstveld. De stortplaats heeft een omvang van 30 à 40 hectares die alle regels tart: op Bali mag niet hoger worden gebouwd dan 15 meter maar deze vuilnisbelt bereikte inmiddels een hoogte van 20 meter. Men vreest dat de berg nu al toxische stoffen lekt in grondwater en de nabije oceaan. Investeerders zijn ook hier hard nodig, voordat het te laat is. Adu.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten