Translate

woensdag 11 augustus 2010

Ties

Mijn liefje en ik zijn wederom tantes geworden! Van een flink jongetje, genaamd 'Ties'. Die stoere naam lijkt hem op het eerste gezicht -en wat een zoet gezicht- goed te passen: zo jong als hij is, hij kijkt al ferm de wereld in. Die kwaliteit zal hem ongetwijfeld goed van pas komen in de omgang met zijn slimme, serieuze broer Cas en zijn leuke haaibaaizus Linde. De betekenis van zijn naam is 'geschenk van de Heer'... maar Femke en Dennis deden de planning en het uitvoerende werk. Voor ons kwam het goede nieuws vandaag maar hij werd op 10 augustus geboren. Hij kwam eerder dan gepland maar al lange tijd werd reikhalzend naar zijn komst uitgezien. We feliciteren moeder, vader, oma Ini en overige familieleden van harte!


De speelgoedbeesten

Ze stonden in de winkel op een rij.
Ze konden nog niet zien en nog niet horen.
Want speelgoedbeesten worden pas geboren
als er een kindje zegt: "Jij wordt van mij!"

Er was een och-zo-klein konijntje bij,
helemaal grijs, met donkergrijze oren
(één stond rechtop, één leunde wat naar voren)
en ‘t hield zijn kopje eventjes opzij.

En toen kwam Ties...
Hij keek langs heel de rij
en zei toen: "Dag konijntje,
kom maar, je wordt van mij."

Hij nam het zachtjes in zijn arm,
hij streek het langs zijn oren,
en toen werd het konijntje warm.
En toen was het geboren!

Uit: 'Kinderversjes' (1979)
Vrij naar Harriet Laurey (1924-2004)



maandag 9 augustus 2010

Een bull shit

Niets is wat het lijkt... Afgelopen weekend maakten wij met chauffeur Ketut een uitstapje naar de Jembrana-regio om daar de stad Negara te bezoeken en de finale van de 'Lomba Mekepung' van de Bupati Cup 2010 bij te wonen, de beroemde bullraces. Ik verheugde mij ook op een paar andere dingen onderweg: de schildpaddenopvang en -broedplaats van Australiër Chris Brown in Pemuteran (in Bali worden jaarlijks 30.000 schildpadden gedood dus dat heeft absoluut zin!), de Sulawesi-stijl huizen in Negara, de Bugis-boten aan de oevers van de Ijo Gading-rivier en de Balinees-katholieke kerk in Palasari. Foto's van deze en andere bezienswaardigheden zijn in mijn online-album opgenomen.

We gingen een nachtje logeren in een luxe villa in de heuvels van Negara (dacht ik). Badkleding ging dus mee in de reistas. Wij bleken de eerste gasten te zijn op een terrassengrondstuk 'under construction'. Er stond al wel een rijkversierde huistempel waarvoor kosten noch moeite waren bespaard en er waren 2 slaapkamers en een badkamer onder 1 fraai dak. De eerste indruk was goed. In onze slaapkamer met ensuite badkamer stond slechts één bureaustoel voor de grootbeeld-TV, op het terras stond geen enkele stoel terwijl het daar 's avonds heerlijk toeven was. Ketut sliep in de slaapkamer-annex-opslag naast ons, zonder badkamer. Het zwembad was er (nog?) niet. We dineerden aan de voet van de heuvel, niet in een restaurant -zoals gedacht- maar aan de woontafel in eigenaresse Putu's eigen huis. Ik voelde mij een indringer, opgelaten in haar donkere, lege woonkamer. We probeerden het nog een andere wending te geven. Tevergeefs. Het avondmaal bestond uit loeihete kip, boontjes en andere groente in loeihete pepersaus en witte rijst. Toen ik mijn liefje vroeg of ze ermee op de foto wilde, leek het haar geen goed idee... Op de vreemde avond volgde een verstoorde nacht: na alle ervaringen kon ik de slaap sowieso niet vatten, de hond sloeg een aantal malen flink aan waardoor mijn adrenalinegehalte omhoog schoot, het licht van het terras bleef aan en de gordijnen waren flinterdun. Ibu Putu en ik zijn een ervaring rijker maar ik had dit niet willen missen. Ze vroeg een (bijna) Westerse huurprijs. Als zij in de toekomst succesvol aan Westerlingen wil verhuren, moeten er wel meer en betere voorzieningen zijn.

De waterbuffelwedstrijd bleek niet op het strand plaats te vinden maar op een terrein tussen de rijstvelden. Dat lag niet op 10 minuten afstand van onze overnachtingsplaats maar op ruim 40 minuten rijden. Al vroeg in de ochtend was het zeer druk op de weg ernaartoe. Het terrein was zonder meer prachtig gelegen tussen dat typisch Balinese groen. We liepen als enige witten het terrein op en werden direct verzocht plaats te nemen pal naast de VIP-tribune. We kregen een hapje, een drankje en een babbeltje met een dame van de plaatselijke VVV. De Bupati, equivalent van onze commissaris van de Koningin, werd die dag ook bij het evenement verwacht. Professor dr drg. I Gede Winasa kwam inderdaad even later aan, geflankeerd door zijn eigen politiecorps. Naar verluid doet hij het als bupati goed. Men kan zich slechts twee keer kandideren voor deze functie en hij heeft zijn twee termijnen erop zitten. Hij zou willen aanblijven maar dat kan niet. Zijn zoon heeft zich nu kandidaat gesteld voor de verkiezingen. In december 2010 zal blijken of het dubbelscenario 'lichaam van zoon - hersenen van vader' werkt.

Dit schreef ik als vooraankondiging over het evenement in mijn vorige blog: 'versierde waterbuffels met daarachter ruiters in karretjes strijden tegen elkaar als een soort Ben Hur. Het gaat er niet alleen om wie als eerste over de eindstreep komt, versiering en stijl spelen ook een belangrijke rol bij de uitslag.' Zo ongeveer had ik het in een aantal reisgidsen gelezen. Alleen de eerste zin bleek waar: er werd inderdaad heftig gestreden. Tè heftig naar mijn zin... De winnaar krijgt een cup en de eer, de winnende buffels zien hun marktwaarde toenemen tot 20 à 30 miljoen roepiah (circa € 20.000,=) per dier. Elke strijder mende twee buffels vanuit zijn kar. De ene stond rechtop, de andere zat; dat is alles wat ik aan 'stijl' kon ontdekken. De dieren droegen inderdaad versieringen. Er bleken 2 soorten karbouwen ('kebo' in plaatselijke taal) in gebruik te zijn: roze en bruine. Volgens kenners zijn de donkere dieren sterker dan de lichte. Op sommige momenten, als ik op mijn knieën zat voor een foto, vlogen de plaggen om mijn oren. Er kwam een brok energie en een bonk kracht langs!

Al snel zag ik dat er flink op de dierenbillen werd gemept. Er werd geslagen en door sommige berijders hard ook. Toen ik beter keek naar de stok die werd gehanteerd, zag ik tot mijn schrik dat die met spijkers was beslagen... Ik voelde walging in mij opkomen. De Balinees die ik op dat moment in de ogen keek, moet dat hebben gezien. Geen enkele traditie -hoe diep geworteld ook- rechtvaardigt zo'n vorm van dierenmishandeling. Cultuur versus natuur? In dit geval kies ik op zeker voor natuur! Het was dezelfde aversie die ik voelde toen ik voor de eerste keer naar een Spaans stierengevecht keek. De ongelijkheid in 'het spel', de wetenschap dat het dier altijd aan het kortste strootje trekt. Dierenleed en volksvermaak gaan wat mij betreft niet samen. Mijn liefje en ik vonden het welletjes lang voordat de winnaar werd gehuldigd.


vrijdag 6 augustus 2010

Putjesscheppers

Het zwembad stond in de afgelopen dagen in het middelpunt van onze belangstelling. De waterkwaliteit is in orde maar de doorzichtigheid van het water laat te wensen over. Sinds enkele weken kopen wij onze zwembadbenodigheden bij de concurrent van de plaatselijke Monopolist. Tijdens een van die bezoeken vertelde hij ons dat hij gratis advies geeft, indien nodig. Het is nog steeds heerlijk zwemmen in ons eigen bad, je krijgt er geen prikkende ogen, blonde haren of zweren van maar waar zijn mijn tenen? Die waren moeizaam te onderscheiden en dat beviel ons niks. De nieuwe zakenpartner-in-zwembaden, Pak Putu, werd dus gebeld. Hij kwam, luisterde naar de toelichting van mijn eigen zwembadjuf, liep rond, keek en deed de volgende suggestie: de overlooptank moet worden geleegd en schoongemaakt. Dat is een opvangbak van water dat ons overflow-bad uitstroomt en gefilterd weer binnenstroomt. Dat hadden de vorige expert en wijzelf niet bedacht.

Elke emmer kreeg een koord en werd met een steen verzwaard, zoals het een oude Balinese waterputgewoonte betaamt. Zo werden ze in de tank neergelaten en gevuld. In mijn emmer bleek een gaatje te zitten waardoor ik meer leek op een putjesschepper op zee. Maar alle beetjes hielpen. Naarmate we dichter bij de bodem van de tank kwamen -dat duurde minstens 150 emmers- werd het water steeds modderiger. Een dikke, donkere laag bleef achter die uiteindelijk met handen eruit werd geschept. De inhoud van de laatste emmers had niet misstaan in Lo Pagan, dé Costa Blanca-locatie voor Modderbaden! Vanuit de echoput riep projectmanager Ketut op een bepaald moment 'dat hij zich nu óók Hollander voelde'... Ooit vertelde ik hem dat de meerderheid van de Nederlanders onder zeeniveau leeft. Dat maakte toen grote indruk op hem en dat doet het kennelijk nog steeds. Ketut doet mij dagelijks lachen en verwonderd staan. Ik weet dat ik hem erg ga missen als hij binnenkort steward op een cruiseliner wordt. De tank is brandschoon, het tankwater kraakhelder, het zwembad is opnieuw met medicijnen behandeld en de smurrie is van de badbodem gezogen. Ik zie mijn tenen en er kunnen weer foto's voor 'Elegance' worden geschoten!

Ondanks alle zwembadtoestanden was er in de afgelopen dagen ook tijd voor andere zaken. Zo bezochten wij een fondsenwerving in 'Coba Baca', de openbare bibliotheek van Lovina die door een Nederlands echtpaar voor Balinese kinderen werd opgezet. Ik schreef eerder over dit epicentrum van activiteiten. Elk toegangsbewijs deed mee in een loterij. Net voor de trekking deed mij liefje iets onverwachts: zij bood onze Belgische buren Tom & Wendy aan lootjes te ruilen (om de goden te verzoeken). Mijn liefje had nummer 135 en ik had nummer 102; zij wilden nummer 102 wel hebben. And guess what? Op lootje 135 viel de derde prijs: de eerste (stomme) zwart-wit film over Bali uit 1935 en de eerste prijs viel op lot 102: een etentje voor 2 bij een plaatselijk restaurant... Nou ja, ik gun het hen van harte. Beter gelukkig in de liefde dan gelukkig in het spel (al wisselde ik wel een hartig woordje met haar)! De opbrengst van de goededoelenmiddag zal worden besteed aan de bouw van een gescheiden klaslokaaltje. Momenteel vinden lessen plaats aan een tafel in het hart van de bieb; hoewel dat goed functioneert is het niet ideaal. Initiatiefneemster Coba was tevreden over opkomst en opbrengst en wij hadden een fantastische middag en avond met kindertheater, dans en een afsluitende BBQ op het dakterras met vergezicht.

Morgenochtend rijden mijn liefje en ik met putjesschepper Ketut naar Negara, een stadje aan de Westkust van Bali, op circa 3 uur rijden van ons huis. In die omgeving is veel te zien maar ons belangrijkste reisdoel is om zondagmorgen op tijd te zijn voor de fameuze waterbuffelraces' of 'mekepung'. Daar vindt de finale van de Bupati Cup plaats. Versierde waterbuffels met daarachter ruiters in karretjes strijden tegen elkaar als een soort Ben Hur. Het gaat er niet alleen om wie als eerste over de eindstreep komt, versiering en stijl spelen ook een belangrijke rol bij de uitslag. De wedstrijd vindt plaats op het strand, over een lengte van 2 kilometer en begint 's ochtends tussen 7 en 8 uur. De race is afgelopen voordat de koperen ploert het voor dier en mens ondragelijk maakt. Tijdens ons recente uitje naar de mystieke banyanboom ontmoetten wij Ibu Putu, gehuwd met een Belg en werkzaam in de toeristenindustrie. Zij verhuurt kamers en villa's in het district Jembrana. De meeste goede hotels zijn in deze periode volledig bezet. We zullen een nacht in een van haar villa's in de bergen doorbrengen. Ik hoop met mooie beelden en veel verhalen terug te keren. Dus... wordt vervolgd!


dinsdag 3 augustus 2010

Time to say goodbye

Zelf werd ik er nooit goed in, afscheid nemen, al deed ik het tot nu toe vaak. 'Elk afscheid is de geboorte van een herinnering', aldus de Spaanse schilder Salvador Dali. Ik koester dan ook vele herinneringen aan momenten van uiteengaan. De meeste herinneringen zijn positief omdat een weerzien volgde. Sommige zijn pijnlijk omdat ze een afscheid voor altijd bleken.

Mijn kinderjaren en mijn jeugd bracht ik op één plek door. Toen mijn ouders trouwden en in het Westland gingen wonen (vader kwam uit militaire dienst in het buitenland en moeder was migrant uit de Oost-Nederlandse grensstreek) bleken zij nogal 'honkvast'. Dat werd niet op mij overgedragen, in tegenstelling tot mijn familieleden. Ik beschikte over reislustige genen; andere en verre oorden hadden en hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij. Toen ik volwassen was en zelfstandig ging wonen, begon het verhuizen. Ik woonde op zes locaties, gelegen in drie Nederlandse provincies. Afscheid nemen was toen nog niet prominent in mijn leven; mijn dierbaren woonden immers op rijafstand.
Eenmaal met mijn liefje samen volgden woonoorden in drie buitenlanden. Daarmee kwam ik pas ècht op afstand te wonen: eerst op een uurtje vliegen, daarna op 2.5 uur en thans op circa 15 uur reizen voor een weerzien. Dat alles had in de loop der jaren zijn weerslag op vriendschappen en andere relaties: sommige verwelkten, andere bloeiden juist op. Afscheid nemen werd een constante in mijn leven. Zoals gezegd, ik ben er niet goed in en wennen zal het nooit...

Nu woon ik tijdelijk op Bali. Pauline was onze eerste welkome gast tijdens dit verblijf. Afgelopen weekend vierden wij haar verjaardag met een snorkelpartij in het Bali Barat National Park in Noord-Bali. Het was de eerste keer dat wij daar gingen snorkelen tijdens het droge seizoen. Die ervaring verschilde nogal van de voorgaande bezoeken die in het natte seizoen plaatsvonden: er waren nu tamelijk hoge golven en de aanlegsteiger op het snorkeleiland was kennelijk tijdens het voorgaande seizoen ten onder gegaan. Dat seizoen was naar verluid heftig geweest en had lang aangehouden.
Ondanks het gemis van een steiger, was aanleggen langs de kust van Menjangan-eiland geen probleem; Balinezen vinden altijd en overal een oplossing voor. Ik schreef het al zo vaak. Na het neerlaten van het anker was er namelijk een plaatselijke snorkelaar die ervoor zorgde dat onze boot keurig in de branding kon afmeren. Deze drie 50-plussers konden met niet al te veel moeite uitstappen. Het onderwateravontuur kon beginnen!

Zelf had ik in Spanje nieuwe flippers en een snorkel aangeschaft. Eén vin was tijdens een vorige onderwaterconfrontatie met een barracuda gescheurd. Mijn bestaande snorkel vond ik bij nader inzien eenvoudigweg te lang: als ik voorover in het water lag of diep dook, kwam of bleef er altijd water in de buis dat ik niet kon uitblazen. Met veel geproest tot gevolg. De nieuwe, korte(re) snorkel werd dus uitgeprobeerd.

Het water was zelfs voor mijn doen woelig: er stonden kopjes op de golven. Te water gaan was nu lastiger dan in het natte seizoen - waarin het zeewater doorgaans zo glad is als een babybilletje. De wind waaide richting snorkeleiland dus er moest stevig worden aangezet om tegen de golven in naar de rifrand te zwemmen. Daar vind je de meeste vissen en zie je een keur aan koralen.
Mijn liefje gaf er tamelijk snel de brui aan maar Pauline en ik zetten door. Er was immers veel te zien: parrot fish, queen angel fish, trigger fish, wrasse, trumpet fish, surgeon fish, puffer fish, needle fish, jack fish, sargeant-majors, groupers. Het nieuwe materiaal functioneerde naar volle tevredenheid. De terugtocht in de vissersboot van het eiland naar het 'vasteland' was memorabel: we gingen opgedroogd de boot in en stapten doorweekt uit. Het resultaat van hoog opspattend boegwater.

Op de terugreis deden we de Pura Melanti aan, een Hindoeïstische tempel waar wordt geofferd en gebeden voor zakelijk succes. Daar de Jarige Jet daarvan wel iets kan gebruiken, bezocht ze de tempel in vol ornaat: in sarong en met offerandes. Opdat het zijn werking moge doen! Daarna maakten we op mijn verzoek een korte stop op het strand van Patas: dé plek om in het Noorden van Bali schelpen te rapen. De stop stelde mij niet teleur al was ik onaangenaam getroffen door de dode tropische vissen (butterfly fish) op het strand. De vorige keer dat wij daar waren, zag ik een plaatselijke snorkelaar met zakken vol tropische vissen uit het water stappen. Had een onachtzame persoon wellicht iets laten vallen..?!

Bij thuiskomst wachtte de jarige meer verrassingen. Niet alleen bereidde Elsa een heerlijke Margarita-welkomscocktail, er was ook een feestelijke vegetarische avondmaaltijd met 55 kaarsjes en een verjaardagsspeech. Dat was een spontane actie van de personeelsleden. Wij wisten van niets; ik was zeer tevreden over het feit dat zij zoiets bedachten en uitvoerden. Pauline maakte in een mum van tijd een kokoskoekjes-banaan-slagroomtaart die door iedereen met smaak werd verorberd. Vind ik dit gek? Nee! Balinezen zij ware zoetekauwen.

Pauline vertrok vanmorgen met onze chauffeur Ketut richting Denpasar. Ze vliegt weer huiswaarts. De hondjes van Bali zullen hun aardige strandvriendin gaan missen. Net als wij. Kasian!


vrijdag 30 juli 2010

Nasi goreng als instapkaart?

Indonesië is momenteel met een imposant paviljoen vertegenwoordigd op de World Expo 2010 in Shanghai die daar in mei van dit jaar opende. Het gebouw, dat 4.000 vierkante meter beslaat en 10 miljoen Amerikaanse dollars kostte, trok in de afgelopen maanden al 3.5 miljoen geïnteresseerden en blijft tot october in China.
Men hoopt op een recordaantal bezoekers van 5 miljoen. In de Jakarta Post schrijft men vol lof en trots over de nationale bijdrage.

Om ook iemand uit het gewone volk te laten meegenieten, stelde men een 'Fried Rice Competition' in: de maker van de, als lekkerste gekozen nasi goreng krijgt een all-in arrangement om de World Expo in eigen persoon te gaan bezoeken. De gelukkige winnaar ontvangt gratis visa voor het verblijf in China, een retourvlucht, gratis accomodatie in Shanghai, gratis toegang tot de Expo en zakgeld voor een verblijf van 4 dagen. Het winnende recept zal uiteindelijk in het Indonesische paviljoen worden bereid.
Recepten kunnnen worden ingezonden naar resep.nasigoreng@gmail.com. (Ik maak geen grapje!) Daar ik wel zin heb in een reisje naar China -ik ben toch in de regio- stelde ik een actieplan voor aan Elsa. Mijn jarenlange Conimex-ervaring maakt mij een uitstekende assistente. Mijn eigen nasi goreng is best aardig, al zeg ik het zelf maar ik heb geen moeite in Elsa mijn meerdere te erkennen. Zij de eer, ik de reis.

De eerste vraag was: wordt het een vegetarische versie of niet? De keuze viel op 'niet'. De volgende vraag was: wordt het een 100% Oosterse variant of een wereldnasi? Dat antwoord laat ik hier in het midden. We willen onze eigen ruiten niet ingooien. Wat ik wel kan onthullen, is dat wij gratis advies inwonnen bij Lonny, de beroemde Balinese kok die ook in Nederland bekend is van radio, televisie en kookboeken.

Elsa en ik hebben onze keuze inmiddels gemaakt. Wij sluiten ons al dagen in de keuken op om een likkebaardend lekker recept voor gebakken rijst in elkaar te draaien. Elsa's Kitchen is sowieso het andere uiterste van Hell's Kitchen. Zij kan goed koken en houdt, net als ik, van afwisseling. Onze keukenprinses is koningin van de wadjan! In de Top10 van haar lekkerste gerechten, staan onder andere: steranijsstoofpot, soto ayam, groene curry in jonge kokosnoot, vegetarische loempia's met zoet-zure saus, gado-gado met eendeneieren (Pauline's suggestie).
Haar versgetrokken bouillons zijn rijk van smaak, loempiadeeg wordt handmatig vervaardigd, van verse producten worden sambal en satésaus gemaakt in de vijzel. Dat is geen sinecure: je hebt er veel handkracht voor nodig. Bij onze kokkie komt niets uit een pakje. Zelfs de dradige uiteinden van de taugé worden stuk voor stuk verwijderd.

En emping mag niet op de lijst van lekkernijen ontbreken! Het is een kleine enigszins bittere snack die wordt gemaakt van de zaden van de Melinjo (gnetum gnemon). Gelukkig smaakt de noot beter dan hij klinkt! Melindjoe is gezonder dan kroepoek: minder vet en minder calorieën. Elsa frituurt niet maar roostert de plakjes. Sinds ons vorige verblijf in Bali ontstond een serieuze Melinjoverslaving, vooral bij mijn liefje alhoewel ik ook de handen niet kan thuishouden. Op de keukenbar staat continu een goedgevulde bak. Er zijn vele soorten te verkrijgen dus het duurde even voordat we de lekkerste vonden. Zodra de bodem van de voorraad in zicht komt, wordt er bijgemaakt. Onze nieuwe convectie-oven-annex-magnetron-annex-stoomapparaat-annex-grill kan ook krupuk maken. Om ook jullie van het Aziatische te laten meegenieten, neem ik hierbij een recept van Tempeh Kecap op, een van mijn favoriete vegetarische (bij)gerechten:

Snijd 100 gram tempé in staafjes. Maal 3 tenen knoflook, 2 sjalotten, 1 theelepel verse peper en een mespuntje verse nootmuskaat fijn tot een kruidenmengsel. Verhit de olie in een wok en fruit hierin de bumbu. Voeg 250 gram water, 20 gram kokoscreme (santen) en 1 eetlepel ketjap manis toe. Laat alles even koken en voeg daarna de tempéblokjes erbij. Het geheel nog 15 minuten op laag vuur laten sudderen. Lekker met emping, zilvervliesrijst en groene groenten als paksoi en brocoli. Selamat makan ... and see you in Shanghai?!

maandag 26 juli 2010

Nachtelijke transpiratie

Voor zondag stond een uitstapje naar de watervallen van Munduk op het programma. En we zouden een bijzondere tropische vijgenboom gaan bezichtigen bij het dorp Pupuan. Beide dorpen liggen in de hooglanden, temidden van koffieplantages en kruidnagelparken. Munduk en Pupuan liggen op circa 700 meter hoogte, idyllisch in de 'groenteschuur' van Bali, omgeven door rijstpaddies.

De route ernaartoe is erg fraai; wij vonden dat Pauline dat met eigen ogen moest zien. We vertrokken met blauwe lucht en een zonnetje. Landinwaarts, achter in de heuvels zagen we laaghangende bewolking maar die is daar eigenlijk altijd. Bali is rijk: er is overal en altijd water, het klimaat is mild en de vulkanische grond is bijzonder vruchtbaar. De rijstpaddies liggen er in terrassen prachtig bij: groene waterbassins, omzoomd door grasranden. Door die terrasaanleg kan rijst zelfs tegen steile hellingen worden verbouwd; zo wordt het landoppervlak optimaal benut. Water wordt via een ingenieus systeem in de paddies toegelaten en ingesloten.

We aanschouwden het plukken van kruidnagels die aan hoge bomen groeien. Toen we uit de auto stapten, roken we de kruidige lucht van dit ouderwetse, maar o-zo lekkere kruid. Stoere mannen plukten op een dunne ladder (een lange bamboestok met kleine, horizontaal geplaatste dwarsstokjes) van wel 7 meter hoogte. Het is handwerk en daardoor erg intensief. Van enkele lage bomen plukten we mee, voor eigen gebruik. Hoe donkerder de kruidnagel, hoe beter de smaak en hoe duurder de specerij. Voor een kilo ontvangt men 150.000 roepiah (circa € 12,=). Lucratieve business!
In datzelfde gebied wordt ook koffie en cacao verbouwd. Het is een welvarend deel van Bali en dat is aan de huizen af te zien: die zijn geheel van steen, groot, afgebouwd en verfraaid. De Balinezen zijn grootgebruikers van Bali Kopi, waarbij kopi luah de kroon spant: het wordt de lekkerste koffie genoemd en is van beperkte oplage. Wat deze Luwakkoffie zo bijzonder maakt? Het feit dat de vrucht wordt opgegeten door een katachtig roofdier, vervolgens wordt uitgepoept en daarna pas wordt geraapt, gedroogd en tot koffie gemaakt. Iets dergelijks kwam ik eerder tegen in Marokko met arganolie in combinatie met geiten.

Net buiten Pupuan lunchten wij bij 'Sanda', een uitstekend restaurant van een klein boutique-hotel (8 kamers) op een voormalige koffieplantage. Eigendom van twee tot Australiërs genaturaliseerde Denen die jaren geleden verliefd werden op Bali en zich er definitief vestigden. We hadden toen de watervallen en de banyanboom nog niet bezichtigd... Volgens onze reisgids en mensen op straat lag de boom 'om de hoek'. Wij hadden uit vorige bezoeken aan het eiland al geleerd dat je een Balinees niet moet vragen hoe lang iets duurt. Men hanteert namelijk 'jam karet': elastieken tijd. Iets waarvan men zegt dat het 1 uur kan duren, neemt ook wel 2 of 3 uur in beslag. Maar om de hoek was toch geen tijdsaanduiding?! Na anderhalf uur rijden (!) over bochtige bergwegen dook de imposante banyan (ficus bengalensis) voor ons op. We reden onder de boom door die met honderden bijwortels een stevig wortelfundament vormt. De regen en laaghangende bewolking gaven de omgeving een mystieke uitstraling.

Het was inmiddels te laat geworden voor een bezoek aan de watervallen van Munduk dus we keerden huiswaarts. Dat er veel watervallen zijn in Bali is een feit. Die vind je overal. Dat er veel water valt in Bali is ook een feit. Daarom is het Balinese groen groener dan waar ook ter wereld. Dat er ook nu, in het droge seizoen, veel water valt was nieuw voor ons. Om een uur of drie in de nacht begon het watergekletter dat ik buiten hoorde, mij te intrigeren. Het regende al enige tijd hard en het was volle maan; een 'gevaarlijke' combinatie. Ik lag te luisteren naar het geluid van het vallen water in het zwembad en hoorde ook het geklater van water vanaf het rieten dak in de overloopbak. Langzaamaan bedacht ik mij dat ik het overal hoorde kletteren... Ik stond op en gluurde door het slaapkamergordijn richting terras. Ik zag de pilaren die het huis dragen weerspiegeld in water. Vreemd. Ik schoof het gordijn verder open en zag dat het complete terras blank stond. Tijd om de rest van ons open, tropische huis te inspecteren, met mijn liefje in het kielzog.

Ik deed de lichten aan en zag de watermassa op eigen domein! Veroorzaakt door horizontale regen. Het stond niet alleen blank op het terras. Het water stond tot aan de slaapkamerdeuren en was de woonkamer ingelopen. Ik haalde de trekker uit de kast en begon maar ergens. Het leek in eerste instantie niet veel uit te maken. Na een half uurtje bleek Made, onze beveiligingsman, ook wakker geworden... Bezweet stapte ik om half 5 mijn bed weer in. Hij ook.
Vanaf een kurkdroog terras kijk ik thans uit over zeer hoog zeewater. De vulkanen van Java zijn nog nooit zó goed zichtbaar geweest. De regen stopte inmiddels. Er wordt deze ochtend veel geofferd door het personeel. Het typen gaat stram: de blaren staan op beide handen. Dat vocht heeft iets langer nodig om weg te trekken.

vrijdag 23 juli 2010

The eagle has landed

Van nu tot september wordt er in Bali veel gevliegerd; de wind is doorgaans aflandig (richting zee) en dat is een makkie voor binnenlandse vliegeraars. De Balinezen wonen bij voorkeur niet aan de kust maar landinwaarts. Een week of twee geleden zag ik voor de eerste keer op zondag -de vrije dag van Bali; men werkt 6 dagen per week- kinderen vliegers op het braakliggende terrein naast ons huis oplaten.
De kids hadden simpele, kleurrijke papieren vliegers die het met de heersende wind goed deden. Vanuit de eigen tuin keek ik met belangstelling naar hun verrichtingen. Het deed mij terugdenken aan mijn jeugd toen ook ik vliegers bouwde. Wat dat betreft zijn kinderen over de hele wereld hetzelfde. Wij gaven de vlieger een staart met strikken, hier wordt staartloos gevliegerd. Een dag later zag ik een papieren vlieger hoog in de lucht richting strand dwarrelen. Er hing geen kind aan. In mijn hoofd klonk het lied 'De Vlieger' van André Hazes (een van de liedjes van de Evergreen Top100):

'Ik heb hier een brief voor m'n moeder
die hoog in de hemel is.
De brief bind ik vast aan m'n vlieger
tot zij hem ontvangt, zij die ik mis.'

Deze tekst indachtig rende ik naar het strand, raapte de vlieger op voordat hij te water raakte en wachtte op het kind dat komen zou. Ik wachtte geduldig maar er kwam niemand. De dag erna evenmin. De gehavende 'layang-layang' bleef verweesd achter, kon niet meer opstijgen. Ibu (moeder) zou dat briefje nooit ontvangen...

Vorige week kreeg ik een vlieger van mijn liefje (wier schoonmoeder nog leeft). De keuze viel op een roofvogel, type zeeadelaar, van papier-mâché, met vleugels van stof. De eerste vliegpogingen verliepen desastreus: de vlieger schokte hevig heen en weer en wilde niet staan. Bij nader inzien bleek het vliegertouw te zwaar voor de vogel. Het touw werd vervangen door een stukje visdraad dat afkomstig was van de opgeraapte vlieger. Wie wat bewaart die heeft wat. Daarna steeg de vlieger probleemloos op. Een biddende roofvogel, zoals het hoort. Ik denk dat 'Hezus' mij welgezind was. Míjn briefjes zijn gericht aan anderen...
Pauline had een nóg beter idee: zij kocht een dikke rol visdraad, in de kleuren van de vlieger. Het oog wil namelijk ook wat. Zo'n standpunt is ze aan haar reputatie verplicht. Zij heeft daarvoor geen advies van Jack de Vries nodig. Die lanceerde deze week zijn nieuwe adviesbureau voor reputatiebeheer. Een van de motto's die ik op zijn website aantrof, luidt: 'Openheid is geen keuze'. Daar weet de CDA-man-van- de-buitenechtelijke-relatie-met-een-ondergeschikte alles van. Dat maakt hem overtuigend ervaringsdeskundig; als voormalig consultant ken ik de waarde daarvan...

Pauline landde weer veilig in ons midden, na een bezoek aan Ubud. Ze legde circa 120 kilometer af op de brommer. En dat tweemaal. Petje af voor die prestatie. Een duik in het zwembad bracht de benodigde verfrissing. Daarna kwamen de verhalen op gang: van de kou op de brommer in de heuvels, de lieve Ibu van de Home Stay waarin zij verbleef (150.000 Rpi voor twee nachten; circa € 12,=), de kruidentips en middeltjes die zij ontving, het bezoek van de gekko aan haar slaapkamer (!), haar bezoek aan de hondenopvang, de apen, beelden en graven in Monkey Forest, de signaalblauwe vogel met zwarte vleugelonderkant en gele bek op de weg terug. Rijke ervaringen en interessante foto's. Bij het openen van haar inbox trof ze nog meer goed nieuws aan: de foto-expositie 'Marokko. Foto's van Elias Harrus en Pauline Prior' over het joodse leven in dit Noord-Afrikaans land gaat tijdelijk van Amsterdam verhuizen naar het Joods Historisch Museum van Londen. Kami senang, everybody happy!


dinsdag 20 juli 2010

Prior(i)tijd

Het is leuk om vriendin Pauline, ondernemend fotografe, van dichtbij bezig te zien. Voor haar vertrek naar Bali bedacht ze dat ze in de komende weken een bepaald type fotoreportage ging maken. Dat bleek anders uit te pakken.
Pauline is vegetarisch en een grote dierenvriendin. Ze werd diep geraakt door het doorgaans trieste lot van Balinese straathonden ('anjing' in Bahasa Indonesia). Ze bleken een dankbaar en bij tijd en wijle moeizaam object. Er was veel geblaf, soms gegrom maar ze kwam er tot nu toe zonder kleerscheuren vanaf.

Van haar leerde ik in de afgelopen week enkele hondensoorten herkennen: het blonde type is van het ras 'Kintamani' en de gestreepte uitvoering is van de soort 'Balinese straathond'. De eerste soort ontving zijn naam van een plaats in het noorden van Bali. Het dier staat wat dichter bij de Europese, aaibare soort met zijn blonde, wollige vacht, rechtopstaande oren en krulstaart. Deze hond stamt naar verluid af van de Chinese chow-chow. De tweede soort die niet is weg te denken uit het Balinese straatbeeld, lijkt met zijn gestreepte vacht meer op een hyena al heeft dit type hond bij lange na niet dezelfde gehaaidheid.

Ze kijkt anders naar deze dieren dan ik. Zelf houd ik graag afstand tot deze honden terwijl zij juist contact wil maken. Daardoor komen zelfs de schlemieligste honden vanwege haar betrokkenheid esthetisch en ethisch verantwoord op de gevoelige plaat. Ze prutst niet met de foto maar zorgt er wel voor dat de dieren in hun waarde worden gelaten, hoe meelijwekkend ze soms ook (b)lijken. Het is boeiend te horen waarom zij een bepaalde foto schiet op die ene manier en niet een andere, wat zij zoekt in een beeld en wat zij met haar reportages wenst uit te dragen. Haar hondenserie mag er nu al zijn terwijl ze nog even heeft te gaan... Ik weet zeker dat zij een Nederlands museum voor haar reportage zal weten te interesseren. Als ZZP'er is dat altijd weer spannend.

Al ben ik niet geraakt zoals zij, ik heb wel te doen met Balinese straathonden: doorgaans zijn ze ondervoed en mager, luizen- en vlooienbalen en in het geval van teefjes: met tepels tot op de grond. Een Balinees ziet de hond als een erfbeschermer maar schroomt niet het dier te mishandelen, te vergiftigen en zelfs op te eten... Een aantal van onze buren heeft honden op het erf ter bescherming. Als wij bij hen binnenwandelen, wordt er niet -meer- geblaft. Hoezo beschermer?! Wij hebben bewust geen huishond al werd door lokalen weleens een poging ondernomen ons een puppie 'aan te smeren'. Zonder succes. Ik heb Snolliebollie immers (soms). En Made, onze beveiligingsman.

Ook viel Pauline qua Balinese ceremonies met haar neus in de boter. Nou ja, niet in de boter maar in de as... Ze maakte namelijk drie gelijktijdige hindoeïstische crematies van dichtbij mee. Men gedoogde haar als fotografe tijdens deze ceremonie die 'Ngaben' wordt genoemd en ze legde elke rite minutieus en zorgvuldig vast. Het plan was een foto van haar bij dit blog te publiceren maar dat lukte eenvoudigweg niet (vanwege de foto-omvang?). Ook voor deze reportage zal wellicht in Nederland een museale liefhebber worden gevonden so watch this space!

Een crematie is voor Balinezen niet persé een trieste aangelegenheid. Voor hen is dit een van de vele 'overgangsriten' van kind naar volwassene. Bovendien is het afscheid slechts tijdelijk: men reïncarneert immers. Het dode lichaam wordt in een wadah of versierde schrijn in de vorm van een tempel naar het crematieveld nabij de dodentempel van het dorp (in dit geval: ons dorp) gedragen, vergezeld door familieleden en dorpsgenoten. Het lichaam -slechts een lege huls- wordt teruggegeven aan een louterend vuur, een van de basiselementen van het Hindoeïstische geloof. Het geheel wordt begeleid door een gamelanorkest. Families met geld verzamelen de overblijfselen na de crematie en brengen die onder in een graf. Families zonder geld laten het daarbij.

Op de tuinfoto staat de 'Bougainvillea Paulina' afgebeeld. Deze bougainville-op-stam deed Pauline ons in het afgelopen weekend kado. De kleurrijke struik is familie van de Nachtschone-achtige. Een des te opmerkelijk geschenk daar de gulle geefster een ochtendmens is. Net als wij. Pauline ging vanmorgen vroeg met de brommer richting Ubud. Die reis zal 4 uur duren... Ze zal zich niet eenzaam voelen op de weg. Een brommer is het ideale transportmiddel voor een fotograaf in Bali: je kunt stoppen waar en hoe vaak je wilt. Bovendien is haar eerste bezoek aan Bali en dan wil je wel wat van het eiland zien. Ubud ligt in Centraal-Bali en is bekend om haar galleries, antiekwinkels, spa's en goede restaurants en koffiehuizen. Als vegetariër zal ze daar ruimschoots aan haar trekken komen! Er is tevens een goede boekhandel, een mooi museum en prachtig keizerlijk paleis in het hart van de stad. Veel straathonden zal ze er niet zien, toeristen des te meer. Ik kijk uit naar haar verhalen en foto's, later in de week. Leo Dovente.


zaterdag 17 juli 2010

We worden oma!

Het nieuws werd ons schoorvoetend gebracht: Elsa is zwanger. Ondanks de positieve strekking vonden wij de aanstaande ouders nogal een sneue indruk maken. “Waren zij dan niet blij met het gegeven?” Het hoge woord kwam eruit: tijdens de vorige keer zwangerschap was ze werkzaam in de keuken van een lokaal restaurant. Na de mededeling werd ze door haar baas op staande voet ontslagen. Ketut noemde het hun 'trauma'. Ik kon mij hun schroom goed voorstellen. Ontslag om zo'n reden kwam geen seconde bij ons op. Sterker nog: als zij en Ketut blij zijn met de komst van een tweede kind, zijn wij dat ook.

Voor de meeste Balinezen zijn nakomelingen de garantie voor een verzorgde oude dag. Ouders en grootouders worden in Bali te zijner tijd niet naar een bejaardentehuis verhuisd. Ze blijven binnen de familie en worden tot hun dood door hun kinderen verzorgd. Alhoewel Elsa, Ketut en Yuda inmiddels naar een eigen huis buiten Ketut's geboortedorp verhuisden, zullen zij als kinderen voor hun ouders blijven zorgen.
Een tweede kind is ook goed voor zoon Yuda: met een broertje of zusje leert hij spelen en delen. Die kleine wordt nu dagelijks bij grootouders- of overgrootmoeder (80 jaar) ondergebracht. Dat is geen stimulerende omgeving voor een slim, druk jongetje van bijna 3 jaar maar dat zijn de mores hier. Er is een -privé- kindergarten in Lovina voor kinderen vanaf 3 jaar; dat lijkt ons wel iets voor hem.

Wel kun je bedenkingen hebben bij het moment: volgende maand gaat Ketut voor minstens een jaar als steward werken op een internationale cruiseliner. Hij zal de geboorte van zijn tweede kind zeker missen want tijdens het eerste jaar krijgt het scheepspersoneel geen verlof. Voor Elsa lijkt dat nauwelijks een probleem: tijdens de geboorte van hun eerste baby was haar echtgenoot ook niet aanwezig... Gedurende de afwezigheid van haar echtgenoot mag Elsa volgens de Balinese cultuur niet alleen in haar huis verblijven. Zij zal dagelijks worden vergezeld door familieleden die bij haar zullen logeren, of zij bij hen. Dat lijkt mij persoonlijk zeer bezwaarlijk maar zij is eraan gewend. Dat stelsel van tradities, gewoonten en gebruiken wordt in Bali 'adat' genoemd.

Blijdschap overheerst alhoewel Elsa zich momenteel niet goed voelt: had zij tijdens de eerste zwangerschap slechts twee weken last van misselijkheid en slapte, deze keer duurt haar onwelbevinden langer. Het valt niet mee keukenprinses te zijn als je zelf misselijk bent en geen eten kunt verdragen... 's Ochtends komt ze doorgaans pips aan. Mijn liefje en ik zien erop toe dat zij voldoende rust; 's middags wacht haar een comfortabele ligplaats in huis. Bovendien steken wij zelf wat meer de handen uit de mouwen en hebben we assistente Nur in huis die tijdelijk taken van haar oudere zus overneemt. Tijdens de zwangerschap van Yuda had Elsa vooral trek in saté, nu taalt zij niet naar vlees. Zelf denkt ze dan ook dat de nieuwe baby een meisje zal zijn.

Over baby's verder gesproken: onze jonge tuinman Putu Agus doet het goed maar wat is hij nog onbeholpen en onervaren! Hij loopt elke ochtend met een grote glimlach op zijn gezicht de tuin in en telkens als we oogcontact maken, gaat zijn duim omhoog. Hét teken dat hij het naar zijn zin heeft.
Toen wij hem onlangs vroegen voor een klusje op de brommer naar Singaraja te rijden, verschoot hij van kleur: dat had hij nog nooit gedaan... Die stad ligt op circa 19 kilometer afstand van zijn geboortedorp. Voordat het echte tuinwerk kon beginnen, vroegen we hem wel de nieuwe handschoenen van huis op te halen die wij voor hem hadden aangeschaft...
Het opleiden begon uiterst basaal: in welke richting draai je de waterkraan open, hoe ver zet je de kraan open om een sprinkler te laten sproeien, een tuinslang werkt stukken beter zonder knopen erin (idem dito voor de stofzuigerslang van het zwembad), als je gebruiksoppervlakten schoonmaakt doe je dat niet met de schone handdoek uit de personeelstoilet maar met een daarvoor bestemde lap, werk aan één kant van het zwembad moet worden gevolgd door hetzelfde werk aan de andere kant, als de voorzijde van de tuin onkruidvrij is moet de achterzijde van de tuin ook nog, uit een kraan in huis komt tevens warm water.
Putu zucht en kreunt als hij zijn spierkracht moet aanspreken en 'mannenwerk' moet verrichten -klussen met machines, schop of kapmes- maar hij fleurt helemaal op als hij nu mag schoonmaken. De manier waarop hij de nieuwe kussens 's ochtends op de schoongemaakte bale bengong drapeert, getuigt van artistieke aanleg.

Vooral mijn liefje kan haar moederlijke gevoelens op hem botvieren. Anderen zullen hierin wellicht de control freak in haar herkennen maar ze is en blijft een bofkont... En nu wordt ze nog oma ook!


dinsdag 13 juli 2010

Madiba & meer

Hij is broos, 91 jaar oud en boegbeeld van Zuid-Afrika. Madiba, koosnaam van Nelson Mandela, was erbij na de sluitingsceremonie van het WK-voetbaltoernooi. Ik was geroerd toen ik hem zag zitten in zijn dikke winterjas en beremuts. Met dat mooie hoofd van hem... Vergezeld door zijn echtgenote werd hij over het voetbalveld gereden in een golfkarretje. Af en toe hielp zij hem met het zwaaien door zijn linker- danwel zijn rechterhand omhoog te duwen. “Achter een sterke man staat een sterke vrouw.” Wat een uitstraling heeft die man. Nog steeds!

Wij zouden zondagnacht de finalewedstrijd tussen Nederland en Spanje live gaan bekijken. Het pakte anders uit: mijn liefje kreeg last van een fikse buikgriep. Om 2:30 uur 's nachts zaten we beiden rechtop. Niet voor een groot televisiescherm maar in bed... Dat bleek voor haar op dat moment de beste plek in Noord-Bali.
Door al dat nachtelijke gespook stapte ik op maandagochtend als gebroken vrouw uit bed. Daarin was ik niet van een finalekijker te onderscheiden. Zíj bleef in bed. Symptomen: verhoging, misselijkheid, hoofdpijn, diarree en buikkrampen. Achter elke slappe vrouw, ligt een andere slappe. Het was hoog tijd voor het eerste telefoontje aan dokter Handra uit Singaraja. Op het moment van bellen, bracht hij zijn kinderen naar school maar hij zou daarna doorrijden voor een huisbezoek aan ons. Niet alleen de arts stapte even later uit de auto, ook zijn (jonge) echtgenote was erbij. Zij nestelde zich in een stoel op het terras. Haar getatoeëerde handen vielen mij als eerste op. Iets vergelijkbaars van henna kende ik tot nu toe alleen van Marokkaanse vrouwen. Toen ik Elsa later om een verklaring vroeg, zei ze mij dat het in Indonesië een teken is van rijkdom.
De arts dook de slaapkamer in en stelde even later de diagnose gastro-enteritis, een infectieziekte van maag, dunne darm en/of dikke darm. De meeste gevallen van deze kwaal zijn zeer besmettelijk dus we zullen zien. Op het moment van typen voel ik mij kiplekker! Een zak met medicijnen bleef achter. Wij droegen ons steentje bij aan een nieuwe tatoeage. Gelukkig voelt mijn liefje zich inmiddels beter. Als het niet goed gaat met haar, heb ik het ook niet naar mijn zin.

Op maandag jongstleden zag ik een grote fregatvogel (fregata minor) boven het huis en langs de branding surfen. Momenteel hebben we golven aan de Balizee. Het was de eerste keer dat ik deze imposante vogel met eigen ogen zag. De spanwijdte van de vleugels leek meer dan een meter. Het gevleugelde dier had een V-vormige staart, een gehoekte snavel en een witte vlek op de buik. Ondanks de grootte leek het vederlicht te vliegen, te zweven eigenlijk.
De vogelaar in mij ontwaakte. In de Internet Bird Collection (IBC) op het web vond ik enkele goede foto's. Het wordt tijd voor een eigen rijk geïllustreerde gids van tropische vogels. Ik zocht en vond geschikte gidsen op het web: 'Birds of South Asia - The Ripley Guide' (van Rasmussen en Anderton) of 'A photographic guide to birds of Java, Sumatra and Bali' (van MacKinnon en Philips). Ik twijfel nog tussen een gids met vogeltekeningen of eentje met foto's. Weer iets voor op het verlanglijstje! Alhoewel mijn eigen foto niet geweldig is, plaats ik 'm toch bij dit blog; hopend op een mooiere in de nabije toekomst.

Over fotografie gesproken, wij hebben momenteel vriendin Pauline te logeren. Zij volgde de Rietveld Academie en is professioneel fotografe maar houdt zich ook bezig met toegepaste kunst. Om mij het water in de mond te laten lopen, loopt ze hier rond met een EOS 1Ds Mark II-camera... Daarmee vergeleken is mijn digitale SLR-camera 'een barrel' (maar ik mopper niet). Misschien mag ik 'm een dezer dagen nog eens vasthouden. Zij en ik kennen elkaar uit de Amsterdamse redactie van het tijdschrift 'TheaTuba', een blad over muziek, theater, literatuur dat in de jaren '80 voor en door vrouwen werd gemaakt.

Pauline verbleef eerder bij een vriend in het zuiden van Bali maar stak recebt de berg over naar ons, Noorderlingen. Ze trekt er gehelmd op de brommer op uit maar er is ook volop tijd voor samenzijn, praten en kletsen. Het is zoals Reve stelt: 'er is niets tegen geoudehoer zolang er maar Gods zegen op rust'. Daar onze gaste vegetarisch is, stelde ik mijn liefje voor dat ook wij dagelijks vegetarisch zouden eten. Dat stuitte echter op verzet; er zijn kennelijk grenzen aan solidariteit... Maarrrr de goden grepen in: vanwege de infectie eet ze thans überhaupt mondjesmaat en vleesloos. De fragrante, knapperige kip van Elsa is even taboe!